Je kunt prachtig schrijven maar er zit geen ziel in
Over authenticiteit, AI en waarom NRC de verkeerde vraag stelt
Wouter van Noort, afgelopen jaar chef opinie bij NRC, deelde deze week op LinkedIn de aangescherpte richtlijnen voor AI-gebruik bij opiniestukken. De kern: elke zin moet van de auteur zelf zijn. Wouter ken ik als iemand die scherp denkt en graag het gesprek aangaat. Ik begrijp zijn besluit, zeker als je ziet hoeveel vlakke AI-teksten er inmiddels verschijnen. Toch wil ik één aanname ter discussie stellen.
Want het probleem met veel AI-teksten is niet dat er AI aan te pas is gekomen. Het is dat de mens erachter verdwijnt. De teksten zijn glad, gepolijst, zonder rafelrandjes. Een toon die nergens wringt. Je proeft het meteen: dit is van niemand. De informatie klopt misschien, maar je mist de schrijver. Dat de mens verdwijnt, dat is het echte probleem. Niet de tool.
De vraag die NRC stelt is of elke zin van de auteur zelf is. Maar de vraag die er echt toe doet is: zijn de woorden echt van hem? Komt het ergens vandaan, uit doorleefde ervaring?
Wat authenticiteit in tekst betekent
Authenticiteit is lastiger te vangen dan schrijfstijl. Het zit in congruentie: of iemand buiten de tekst ook is wie hij in de tekst beweert te zijn. Het zit in de aandacht: of iemand er echt bij was toen hij schreef, of met een half hoofd. En het zit in doorleefdheid: of iemand spreekt vanuit eigen ervaring of vanuit een goed begrepen theorie.
Ik ken genoeg sprekers en schrijvers die prachtig schrijven over leiderschap, bewustzijn of authenticiteit, maar er zelf weinig van bakken. De woorden landen, mensen worden geraakt, en toch ontbreekt er een laag. Dat is wat NRC niet meet. En wat een AI-checker ook niet meet.
Je herkent het vaak pas als je iemand live hebt gezien of gehoord. Maar het kan ook in tekst voelbaar zijn. Lees deze twee passages.
Ze had een paar weken ruimte gevoeld. Haar therapeut was op vakantie, de agenda was leeg en ze ontdekte dat ze zichzelf terugvond. Ze ging weer schrijven. Muziek luisteren. Oefeningen doen. Ze had energie. Een klein stukje wilskracht, zei ze. Dat had ze lang niet gevoeld.
Ze vroeg haar therapeut of ze even een pas op de plaats mocht maken. Om dat gevoel verder te ontdekken. De therapeut zei: als je dat doet, stopt de therapie hier. Dan kunnen we je niet verder helpen.
En toen was dat helemaal weg.
Ze vertelde me dit in onze tweede sessie. Ik voelde plaatsvervangende boosheid opkomen. Dit was precies het patroon dat haar zo had gevormd. En het werd herhaald door iemand die haar moest helpen. Ik herkende het. Ik heb het zelf ook meegemaakt.
En dan dit:
Pauzes in therapeutische trajecten vragen om zorgvuldige afweging. Continuïteit is een belangrijke factor voor herstel, en onderbrekingen kunnen de opgebouwde werkrelatie verstoren. Het is begrijpelijk dat therapeuten grenzen stellen als een cliënt aangeeft de therapie tijdelijk te willen onderbreken. Tegelijk verdient de autonomie van de cliënt aandacht in dit soort beslissingen.
Beide gaan over hetzelfde. De tweede is duidelijker. Maar in de eerste voel je de personen. De tekst leeft. In de tweede is het een afstandelijke beschouwing. Correct, maar van niemand. Niet omdat elke zin letterlijk van mij is, maar omdat hij ergens vandaan komt. Een echt moment. Een echte reactie.
Hoe een blog ontstaat: eerst de breedte in, dan de kern
Ik werk intensief samen met Claude. De ideeën en inhoud, de richting, de paradoxen en dwarsverbanden: die zijn van mij. Claude helpt structureren, stelt vragen, geeft tegendruk waar nodig.
Dat klinkt vanzelfsprekender dan het is. Want ik ben geen groot schrijver als het gaat om stijl en grammatica. Mijn taalgevoel voor geschreven tekst is matig. Dat zal vast iets met mijn Noorse moeder te maken hebben ;-) Ik werkte daarom vaak met anderen die dat wel konden. Toen ik jaren geleden columns schreef voor het adviesbureau dat ik samen met een journalist had opgericht, formuleerde hij. Later waren het freelancers uit mijn netwerk. Die deden precies wat Claude nu doet. De ideeën waren van mij, de verpakking werd samen gemaakt. Niemand vond dat een probleem.
Mijn achtergrond is, tot verrassing van velen, die van ingenieur. Ik voel me allang geen ingenieur meer, maar wat de TU Delft me heeft meegegeven blijft: analytisch denken, patronen zien, verbanden leggen. Combineer dat met een creatieve, associatieve manier van kijken en je krijgt iemand die snel dwarsverbanden ziet en originele invalshoeken zoekt. Die combinatie van analytisch denken en lichaamsgerichte diepgang vind je niet vaak bij coaches of therapeuten. Het is dan ook geen toeval dat veel van mijn cliënten ook een snel, creatief brein hebben.
Die combinatie zit ook in hoe ik schrijf. Ik begin associatief, waai uit en pak verbanden op die ik nog niet overzag. Mijn partner leest een conceptversie en zegt soms dat ze de lijn kwijt is. Dat is het kantelpunt. Dan gaan we indikken: de kern zoeken, weggooien wat interessant is maar afleidt van wat ik wil zeggen.
Die wisselwerking vraagt kalibratie. Ik heb podcasttranscripten aangeleverd, sessietranscripten, eerdere blogs. Ik lees terug en geef aan wat niet klopt. Dit leest niet lekker. Dit klinkt onnatuurlijk. Hier haak ik af. De overgang loopt niet. Dit zeg je hierboven al. Wat ik hier mis is... En Claude past aan. Soms precies goed, soms vraagt het nog een ronde. Zo ontstaat er een inhoud die echt van mij is, ook al komt niet elke zin letterlijk van mij.
Dat is ook waarom de vraag die NRC stelt de verkeerde is. Maar daarover later meer.
Wat je wint als je niet meer schrijft om klanten te werven
Claude gebruik ik zoals Wouter zelf ook aanbeveelt: voor research, brainstormen, feedback op eerste versies. Maar ook als sparringpartner die tegendruk geeft. Niet als Ghostwriter. De mens achter de woorden moet zichtbaar blijven. Waar het misgaat, is als AI het overneemt en de tekst van niemand meer is.
Bij mij werkt het zo: ik lever de inhoud, de richting, de vraag die ik wil beantwoorden. Claude helpt met structuur, formuleringen, micro-opbouw. Wat er dan uitkomt, zijn nog steeds mijn teksten, alleen beter leesbaar dan ik ze zelf zou schrijven.
AI geeft me iets terug wat ik een tijdje kwijt was: plezier in schrijven. Ik hoef geen energie meer te steken in wat ik niet goed kan. Ik focus op wat ik wel goed kan. En daardoor schrijf ik over wat me echt bezighoudt.
Wat schrijf ik dan op Substack? Over wat ik tegenkom in sessies. Over mensen die vastlopen ondanks alles wat ze al begrijpen. Die al jaren praten over hun patronen maar er niet uit komen. Wat me opvalt: veel cliënten ervaren al na vijf à tien sessies dat er echt iets is verschoven. En over wat velen verbaast: sessies gaan bijna allemaal online, via Zoom.
Maar mijn blik reikt verder dan de spreekkamer en persoonlijk bewustzijn. Ik schrijf ook over AI, wereldontwikkelingen en maatschappelijke spanningen. Zeker als het me raakt wat er gebeurt. Altijd met dezelfde beweging: van buiten naar binnen, van systeem naar mens. Dit iteratief schrijfproces helpt me scherper te zien wat op ons afkomt, en patronen die ik in sessies zie krijgen een bredere context. Ik wil iets toevoegen aan wat er al geschreven en gelezen wordt, niet herhalen wat al overal staat. Maar niet iedereen kan dat bijhouden.
Waarom ik niet inkort
Marinet Ritz, grondlegger van de opleiding Integrale Coaching en iemand aan wie ik veel te danken heb, stuurde me eerlijk terug dat ze mijn nieuwsbrieven niet meer helemaal leest. Te uitvoerig, zei ze. Ze verontschuldigde zich er bijna voor, terwijl ze tegelijk schreef dat ze het jammer vindt, want ze herkent de neiging om complexiteit te omarmen en verbanden te willen begrijpen. Dat delen we. Ik denk dat het de frequentie is, van maandelijks naar wekelijks, én de lengte, én de overproductie in het algemeen.
En ja, we worden overvoerd. Maar er is ook een andere kant. Joris Luyendijk zei het onlangs met pijn in een podcast: artikelen in NRC die vroeger 2500 woorden mochten zijn, mogen nu 1500. Niet omdat de onderwerpen eenvoudiger zijn geworden, maar omdat de aandacht korter is. Hij ageert daartegen. En ik ben het met hem eens. Want complexiteit laat zich nu eenmaal niet in een paar honderd woorden duiden zonder de werkelijkheid te versimpelen. En dat zie ik ook in de praktijk. Ik schrijf op Substack, waar veel mensen zitten die ik graag volg en die houden van diepgang. Het levert me meer nieuwe lezers op dan ik ooit had met maandelijkse nieuwsbrieven. Blijkbaar zoeken mensen dit toch.
Tegelijk lees ik zelf steeds selectiever. Wat ik lees en luister wordt bepaald door authenticiteit en doorleefdheid. Schrijft of spreekt iemand vanuit eigen ervaring? Ziet iemand verbanden die de meeste mensen missen? Ik ben gevoelig voor die laag, juist omdat ik zoveel incongruentie heb meegemaakt en doorgewerkt. Schrijven en mijn werk lopen door elkaar. Ze voeden elkaar. De podcast is daar het meest directe voorbeeld van.
Wat je niet kunt verstoppen in een podcast
De ultieme test van authenticiteit is namelijk een gesprek. Zeker een podcast. Daar kun je je niet achter mooie woorden verschuilen, ook niet als je die zelf hebt geschreven, laat staan als een tekstredacteur of AI ze heeft geformuleerd. Veel podcasts klinken deskundig, maar laten de mens achter de expertise niet zien. Geen kwetsbaarheid, geen rafelrandjes. De gast vertelt wat hij weet, niet wat hij heeft meegemaakt. Als je niet alleen in je hoofd zit, proef je dat.
Mijn gesprek vorig jaar met Patrick Kicken voor Leven zonder stress was geen perfecte pitch. Geen strak geregisseerd verhaal. Gewoon een echt gesprek, open, ongepolijst. Mijn eigen reis, doorleefd, niet bedacht. Juist dat raakte, denk ik. Mensen zeggen dat ze gepakt worden en blijven luisteren. Dat het persoonlijke verhaal en wat je zelf kunt doen bij mij hand in hand gaan. Deze week had ik een intake met iemand die de podcast maar liefst acht keer heeft beluisterd. Dat is geen toeval.
Authenticiteit trekt aan. Een podcast laat zien wie er echt spreekt. Dat probeer ik ook in mijn blogs. Maar daar heb ik wel hulp bij nodig. En authenticiteit is precies waar NRC volgens mij ook naar op zoek is. Alleen stellen ze volgens mij de verkeerde vraag.
Waarom NRC de verkeerde vraag stelt
De vraag die NRC stelt, is of elke zin van de auteur zelf is. De vraag die er echt toe doet, is of de woorden echt van hem zijn. Of ze komen uit doorleefde ervaring. Ik ken genoeg mensen die prachtig schrijven, maar zelf niet leven wat ze schrijven. De woorden landen, en toch ontbreekt er een laag. Dat is wat NRC niet meet. En wat een AI-checker ook niet meet.
Het is de bekende valkuil van elke bureaucratische organisatie: regels opstellen die het doel proberen te beschermen, maar er uiteindelijk naast schieten. NRC is daarin niet uniek. Maar er is ook een concreter probleem.
Waar het misgaat, ligt op een ander vlak. ChatGPT heeft de neiging om op basis van beperkte input een hele tekst voor je in elkaar te zetten. Vlot, compleet, netjes afgerond. Maar daarmee verdwijnt precies wat ertoe doet: de mens achter de woorden. De tekst klopt, maar hij is van niemand. Daar ageert NRC terecht tegen. De oplossing is geen verbod op AI, maar een betere samenwerking: AI als hulpmiddel, ondersteunend, zolang je het niet leidend laat zijn. Dan blijf jij de schrijver.
Die toetsing laat zich namelijk niet vangen in een richtlijn. Het zit in of de tekst natuurlijk aanvoelt. Of de persoon achter de tekst echt meedoet. Iemand die ergens voor staat. Dat voel je. Maar het kost oefening om het te voelen.
Dat kost meer tijd dan een AI-checker. Maar wat is het alternatief? NRC kan onmogelijk iedereen die een opiniestuk instuurt persoonlijk toetsen. Ik snap de keuze voor een richtlijn. Tegelijk lost het het echte probleem niet op. Het is een kwestie van tijd voordat AI-teksten niet meer te herkennen zijn. Dan is vertrouwen in de schrijver het enige wat overblijft. En vertrouwen bouw je niet op met een richtlijn.
Wouter reageerde op het concept van deze blog: “Het is intelligentie, geen ervaring. Juist de eigen ervaring van de auteur doet ertoe, bijvoorbeeld om te kunnen zien of iemand doet wat hij zegt, of alleen zegt wat anderen moeten doen.” Precies dat. En precies daarom schrijf ik door.
Als grap stuurde ik hem ook nog een kort opiniestuk toe. Zijn reactie was vriendelijk en consistent: "Mooie tekst. Maar je beschrijft op het einde het gebruik van Claude, waardoor het niet meer binnen onze richtlijn past." Ik moest erom lachen. En ik begrijp hem volledig. Maar het stelt wel de vraag: wat telt er nu eigenlijk?
Maakt het dat ik hulp van Claude gebruik mijn blogs minder relevant? Dat is maar zeer de vraag. Wat ik te melden heb, komt uit tientallen jaren ervaring, uit sessies die mensen echt verder helpen, uit een leven dat ik heb doorgeleefd. Dat staat in de tekst. Of het nu door mij is getypt of niet.
Groet, Lars
ps. je kunt ook reageren op LinkedIn
Over anderhalve week ben ik er opnieuw bij Patrick. Niet om het te hebben over wat er in de wereld speelt. Maar over de mens die luistert. Die met zichzelf worstelt, vastloopt, stappen wil zetten die tot nu toe niet lukten. Die iemand zoekt die hij of zij kan vertrouwen. Iemand die zelf de weg heeft afgelegd. Heb jij nog een vraag voor de podcast met Patrick Kicken? Stuur hem gerust.
.






