Waarom ik om 8 uur mijn kussen pak
De reflex die je niet ziet zolang je beweegt
Ik zit met mijn ogen dicht en breng mijn aandacht naar mijn lichaam. Het wordt stil. Eerst voelt het fijn. Maar dan schiet me iets te binnen en laat me dat niet meer los. Ik wil iets doen. De neiging om in actie te schieten is er meteen. Iets zeggen, iets vragen, iets uitzoeken. Alles behalve mediteren.
Ik merk die neiging op. En besef: ik hoef er niet in mee.
Herkenbaar?
Misschien mediteer je al en vraag je je af of je het goed doet. Misschien wil je beginnen, maar je weet niet waar. Misschien heb je het geprobeerd en haakte je snel weer af. Of je vraagt je simpelweg af wat het je oplevert.
Over dat alles gaat deze blog: over wat meditatie eigenlijk doet, waarom het zo moeilijk vol te houden is, en waarom ik er na al die jaren nog steeds elke ochtend voor ga zitten.
Wat de stilte zichtbaar maakt
Ik gebruik een korte begeleide meditatie aan het begin van veel sessies. Om te stoppen met praten, meer te gaan voelen, en te merken wat er al die tijd al beweegt. Wat verborgen blijft achter een heel verhaal, laat het lichaam soms zien in een halve minuut stilte. Een stokkende adem, gespannen gezicht. De neiging om meteen te praten zodra het stil wordt. Kleine signalen. Zelden toevallig.
En hoe meer ik zelf mediteer, hoe scherper ik die signalen oppik. Meditatie maakt me aanweziger in sessies. En aanwezigheid (presence) is misschien wel het meest werkzame instrument dat ik heb.
Door te mediteren train je iets wat moeilijk te leren is als je altijd in beweging bent: waarnemen zonder er direct iets mee te doen. Niet het gevoel wegduwen, niet erin verdwijnen, maar het opmerken en er even bij blijven. Dat klinkt veelbelovend. Maar er is een reden waarom de meeste mensen ermee stoppen voordat ze dit punt bereiken.
Elk begin is lastig
Veel mensen proberen te mediteren en haken snel weer af. Niet omdat het niets doet, maar omdat het te weinig doet in de eerste weken. We zijn gewend aan directe satisfactie: je doet iets, je merkt een effect. Meditatie werkt anders. Het effect is subtiel, vertraagd, en laat zich moeilijk meten. En als je de lat te hoog legt, creëer je je eigen weerstand. Begin klein. Een week vijf minuten. Dan tien.
Ik vergelijk het met tandenpoetsen. Je poetst je tanden niet voor het directe genot. Het is een gewoonte, en het voelt vervelend om de dag te beginnen zonder het gedaan te hebben. Meditatie werkt precies zo. Je moet erin investeren om het tot een gewoonte te maken. En dan ga je het missen als je het niet doet. Dat merk ik bij mezelf in de loop van de week op: meer onrust, sneller reageren.
Zet je door, dan verschuift er op een gegeven moment iets, zonder aankondiging. Dan merk je op dat de ruimte tussen wat er gebeurt en hoe je reageert een fractie groter is geworden. Dat je een fractie eerder ziet dat je op het punt staat uit te vallen, je terug te trekken, uit te leggen of af te haken. En dat je soms dan nog een andere keuze kunt maken. Zie ook deze blog over windrichtingen.
Een fractie van een seconde. Maar precies daar, in die kleine ruimte, begint iets te veranderen. En wat er dan verandert is, heeft voor mij een beeld gekregen.
De berg zijn, niet de top bereiken
Het beeld dat me het meeste helpt, en dat ik in meerdere recente blogs zoals deze heb gebruikt, is dat van de berg. Niet als concept om over na te denken, maar om te voelen en je mee te verbinden. Tijdens meditatie oefen je ermee: je zit als een berg. Gedachten, gevoelens, afleidingen komen en gaan, zoals weer over een bergkam trekt. Jij bent niet het weer. Jij bent de berg. Verbonden met de aarde, onverstoorbaar in de kern, terwijl er van alles langs beweegt.
Wat er dan soms in sessies gebeurt, sluit hier direct op aan. Iemand landt in zijn berg, en dan kantelt er iets. Muntjes vallen. Wat eerder onhelder was, wordt ineens helder. De spanning die iemand mee torste lost op, soms verbazingwekkend snel. Niet omdat er iets is opgelost, maar omdat iemand even niet meer in het verhaal zat, maar in zichzelf.
Dat heeft ook te maken met waar je met je gedachten zit: in wat er gisteren gebeurde, in wat er morgen kan misgaan. Twintig jaar geleden gaf een vriendin me het boek van Eckhart Tolle. Ze vond het echt iets voor mij. Ik kon er toen niets mee. Het bleef een abstractie. Pas later landde het, toen het niet meer alleen een idee was maar iets wat ik direct kon waarnemen in mijn lijf. De kern is eenvoudig: de meeste pijn zit niet in wat er nu is, maar in wat we erover denken. Lijden ontstaat vaak niet door de situatie zelf, maar door het verhaal dat we erover maken.
Wat ik zelf ervaar als ik echt in mijn berg zit: rust, helderheid, het gevoel dat er niets hoeft. Verbondenheid met iets groters, de natuur, het moment, het leven zelf. En een diepe bescheidenheid: minder mezelf als middelpunt, meer deel van een groter geheel. Zoals een mier die zijn werk doet zonder zich af te vragen of het belangrijk genoeg is. Daar voel ik me op zo'n moment volkomen op mijn gemak mee.
Aanwezig zijn betekent niet dat er niets beweegt. Het betekent dat je niet meegezogen wordt door elke beweging.
Wat er gebeurt als mensen collectief uit hun berg zijn beschreef ik in eerdere blogs. Hier begint het: bij de oefening in jezelf. Maar niet elke meditatiepraktijk leidt daarheen.
Als je wil, kun je hier de ‘Berg in jou’-meditatie beluisteren.
Meditatie als vlucht, of als thuiskomen
Er bestaat een valkuil die ik regelmatig tegenkom, ook bij mensen die al jaren mediteren: de spirituele bypass. De gedachte dat het doel is om gedachten te onderdrukken, of te komen tot een verlichte staat waar niets je meer raakt. Mediteren als manier om het gewone leven niet te hoeven voelen. Ik schreef er eerder over in deze blog.
Je kunt bovenop een berg mediteren totdat je een ons weegt, en zodra je weer in contact komt met een medemens, er direct uit schiet. Wat heb je dan aan al die uren op het kussen? Meditatie die niet doorwerkt in contact is halve meditatie.
Waar gaat het dan wel om?
Meditatie is geen prestatie. Het is geen techniek die je beheerst. Het is eerder een proces van overgave: loslaten wat je denkt dat het moet zijn en openstaan voor wat er werkelijk is.
Meditatie maakt je wakkerder, aanweziger, gevoeliger voor wat er werkelijk speelt. Niet in één keer, maar geleidelijk. Je begint dingen te herkennen die je eerder niet zag: de neiging om weg te gaan van wat er is, de reflex die al in werking is voordat je hem opmerkt. En hoe wakkerder je wordt, hoe eerder je het merkt als je er even niet meer bij bent. Niet om het te voorkomen, want eruit schieten blijft gebeuren. Maar je herkent het sneller. En daarmee heb je vaker de keuze om terug te keren naar wat er werkelijk is. Dat is wat mindful leven voor mij betekent: niet iets wat je doet, maar hoe je aanwezig bent in wat er is.
Adyashanti, die als geen ander woorden weet te geven over wat er in meditatie werkelijk gebeurt, noemt het een staat van ontdekking: "not the effort to conform the way you're thinking or feeling into a preconceived idea of the way we think our mind should be."
Bewustzijnsontwikkeling is niet iets wat je doet en dan klaar bent. Ooit dacht ik dat ook. Die illusie heb ik allang niet meer. Het houdt nooit op en gaat telkens dieper.
Wie het draagt
Cliënten vragen me soms waar ze moeten beginnen met meditatie of bewustzijnsontwikkeling. Mijn antwoord is vaak: ga kijken wat er beschikbaar is, probeer het uit, voel of het resoneert. Geef het de tijd.
Het belangrijkste criterium daarbij is voor mij niet de techniek. Het is wie het draagt. Aanwezigheid, doorleefdheid, congruentie. Iemand die zelf het werk heeft gedaan, ook wat moeilijk en confronterend was. Je voelt het verschil tussen iemand die het belichaamt en iemand die het onderwijst. De mensen die mij het meest hebben geïnspireerd passen ook niet in een hokje. Ze mengen stromingen, werken intuïtief, combineren stilte met woorden, lichaam met psyche, humor met diepgang. Geen trucje, geen methode. Ze werken vanuit aanwezigheid, intuïtief en belichaamd. Dat voel je in de diepte die ze meegeven, in het veld dat ontstaat als ze er zijn.
Een van hen was Jun Po Denis Kelly Roshi, oprichter van de Mondo Zen-traditie waarbij ik ben aangesloten. Voormalig LSD-producent, federale gevangenis, zes jaar in een zenklooster, en uiteindelijk zijn eigen boeddhistische school. Hij noemde zichzelf een “recovering narcissist” en had een scherpte en humor die ver verwijderd waren van spirituele zelfgenoegzaamheid. Niet optimaliseren, maar integreren. Niet als eindbestemming, maar als begin van het echte werk. Hij is inmiddels helaas overleden, maar zijn DNA zit in de traditie. Artsen hadden hem al eerder opgegeven, maar zijn meditatiepraktijk hield hem langer in leven dan verwacht en hielp hem de pijn in zijn lichaam te dragen.
Op zoek naar een foto van Jun Po kwam ik onderstaande video tegen. Fijn om hem weer te horen in deze teisho, een Zen-lezing. Rauw, paradoxaal, met een knipoog. En met veel wijsheid. De traditie waar Jun Po de basis voor legde is ook waar ik zelf elke ochtend bij aansluit.
Jun Po Roshi: "To understand, you must stand under."
Zelf doen maar niet alleen
Meditatie in je eentje oppakken is voor de meeste mensen lastiger dan het klinkt. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat er zonder structuur weinig van terechtkomt. Voor veel mensen werkt iets anders beter: een vaste tijd, een kleine groep, iemand die begeleidt. Zelf doen maar niet alleen.
Sinds de coronacrisis mediteer ik regelmatig om 8 uur in de ochtend via Zoom met een kleine Europese sangha, verbonden aan die Mondo Zen-traditie. De dinsdagsessies begeleid ik zelf. We beginnen met een korte check-in, zitten een half uur in stilte en delen daarna kort wat is opgevallen. Geen analyse, geen therapie. Gewoon samen zitten en opmerken. En we lezen iets voor als inspiratie, zoals deze tekst:
However innumerable all beings are,
I vow to serve and liberate them all!
However deep and elusive my shadow states are,
I vow to experience and enlighten them all!
However vast and difficult true teachings are,
I vow to embody and master them all!
However endless my true path may be,
I vow to awaken and follow forever!
Dienstbaarheid aan een groter geheel. Schaduwwerk doen. Belichamen. Wakker worden, keer op keer. Dat is niet alleen de kern van deze traditie. Het raakt ook aan hoe ik graag in het leven sta.
Die structuur van 8 uur helpt mij ook praktisch. Het zet mijn dag op gang. Zonder die vaste tijd zou ik makkelijker te laat naar bed gaan, later opstaan, de meditatie voor me uitschuiven. De groep is een stok achter de deur, maar ook gewoon fijn gezelschap in de stilte. En omdat het via Zoom is, kost het geen reistijd. Handig als je, zoals ik, in Noorwegen woont en er in de buurt weinig aanbod is.
Onlangs deed ik een retraite vlakbij huis met Christian V. Scheel. Ik herkende in hem iets van Jun Po: dezelfde combinatie van diepgang en nuchterheid, dezelfde afwezigheid van spirituele zelfgenoegzaamheid. Maar hij voegde er iets aan toe wat mijn score naar 97% bracht: heerlijke muziek, goed afgestemd lichaamswerk, en een timing die voelde alsof hij precies aanvoelde wat ik nodig had. Dat heb ik zelden zo meegemaakt. Helaas kan ik hem niet aanbevelen aan de meeste lezers van deze blog. Hij werkt alleen in het Noors. ;-)
Terug naar waar ik begon. Ik zit met mijn ogen dicht. Ik merk die neiging op. En besef: ik hoef er niet in mee. Dat is de oefening. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Om 8 uur in de ochtend, op een kussen, in een kleine groep mensen die ook zitten. Meer is het niet.
Als je het een keer wil proberen, kun je je aansluiten. Op werkdagen om uit te proberen hoe het voelt, op dinsdag door mij begeleid. Als het je bevalt, kun je op donatiebasis bijdragen. Meer informatie.
ps. reageren op deze blog kan ook via LinkedIn.



