Worden coaches en therapeuten straks overbodig?
Over wat AI beter doet dan de meeste coaches en therapeuten, en wat dat vraagt van wie relevant wil blijven
AI gaat veel werk overnemen. Dat staat al niet meer ter discussie. Accenture, een groot internationaal organisatieadviesbureau, koppelt promotie aan AI-gebruik. Wie de tools niet gebruikt, maakt minder kans op doorgroei. Dat klinkt ver weg, maar het mechanisme is dichterbij dan het lijkt.
Want de aanname die veel coaches en therapeuten nog hebben, namelijk dat dit hun werk niet raakt, klopt niet. AI werkt al als klankbord voor persoonlijke problemen. Mensen die vroeger een eerste afspraak zouden maken, proberen het nu eerst met AI. Een deel stapt daarna niet meer naar een mens. Dat merken coaches en therapeuten al.
De vraag is dus niet óf dit het vak raakt. De vraag is: wat doe ik eigenlijk en welk deel daarvan kan AI overnemen? En misschien belangrijker: welk deel niet, en waarom niet?
Wat AI verrassend goed kan
Er is een reden waarom steeds meer mensen AI ontdekken als klankbord voor persoonlijke en emotionele thema’s. Niet omdat ze het fijner vinden dan een mens, maar omdat het in bepaalde opzichten beter werkt. Het is altijd beschikbaar, kost vrijwel niets, en de kwaliteit van de respons kan verrassend hoog zijn.
AI is situationeler dan veel coaches en therapeuten. Veel begeleiding werkt vanuit een kader, een methodiek, een protocol. De coach heeft geleerd hoe een gesprek eruitziet, welke vragen je wanneer stelt, hoe je iemand van A naar B begeleidt. Dat kader geeft structuur, maar werkt ook als een filter: je ziet wat je gewend bent te zien, en mist wat daarbuiten valt.
AI heeft dat kader niet. Het reageert op wat er nu is, zonder aangeleerde structuur die het zicht vertroebelt, zonder neiging om het gesprek een bepaalde kant op te sturen omdat dat de methode is. Het past zich volledig aan op wat jij aandraagt, zonder eigen agenda, en zonder de subtiele druk die mensen onbewust op elkaar uitoefenen.
Daar komt bij dat AI beschikt over een enorme hoeveelheid kennis, meer literatuur, meer onderzoek, meer patronen dan welke individuele begeleider ook. Dat maakt het verrassend sterk in het herkennen van verbanden en het duiden van wat iemand aandraagt. AI heeft ook geen trajectbelang. Het wil niet dat je terugkomt. Tegelijk is het wel ontworpen om je terug te laten komen. Die spanning is niet triviaal. Je voelt je er niet door beoordeeld.
Dit is niet wat coaches en therapeuten graag horen:
Als jouw werk zich voornamelijk afspeelt in taal, in structuur, in cognitieve herkenning, dan werk jij precies op het terrein waar AI snel beter wordt. En waarin het nu al, voor veel mensen, goed genoeg is.
Dat heeft een praktisch gevolg: mensen die vroeger naar een coach of therapeut zouden gaan, proberen het nu eerst met AI. Een deel stapt daarna niet meer naar een mens. Dat merken coaches en therapeuten al.
Dit is niet het hele verhaal, maar het is wel waar het begint.
Wat een transcript niet laat zien
Ik gebruik Claude AI regelmatig in mijn eigen werk: voor het samenvatten en analyseren van sessietranscripten. Dat bespaart tijd, geeft mijn cliënten een samenvatting die helpt de ervaring te laten beklijven en het houdt mij scherp. AI helpt mij ook bij het stroomlijnen van teksten en werkt voor mij als klankbord: hypothesen toetsen, patronen verkennen, gedachtes stroomlijnen.
Maar die samenwerking heeft me ook iets geleerd over wat AI niet kan zien.
Neem de feedback die Claude me op mijn verzoek gaf op een sessie. Er waren verbeteringsmogelijkheden, zei het. Een interventie die iets te vroeg kwam. Een moment waarop ik langer bij een bepaalde stilte had kunnen blijven.
Ik reageerde:
“Ik werk intuïtief. Improviseren en aansluiten is geen gebrek aan precisie; dat is de methode. Een therapeut die nooit afwijkt van het protocol maakt minder zichtbare fouten, maar bouwt ook minder echte verbinding.”
Claude antwoordde eerlijk:
“Je hebt een punt. Wat ik niet kan beoordelen vanuit een transcript, is de relationele bedding. De toon van je stem. Het grapje dat spanning breekt op precies het moment dat het nodig is. Het onbewuste afstemmen dat plaatsvindt buiten de woorden om. Of iemand die veel onveiligheid heeft meegemaakt voelt dat hier geen manipulatie achter zit, geen truc, geen agenda. Dat staat niet in een transcript. En het is misschien wel het werkzaamste element van wat er gebeurt.”
Wat een transcript laat zien, is precies het deel dat te meten valt. Wat het niet laat zien, is de onderstroom: of iemand zich op een dieper, vaak onbewust niveau gezien en gehoord voelt. Of de ander werkelijk aanwezig is of afgescheiden van zichzelf. Dat is de laag waarop ik werk, en die is niet leesbaar in tekst.
Ik noem dat afgestemd zijn met een open en betrokken hart. Niet als techniek, maar als grondhouding. Als ik volledig aanwezig ben in een sessie, voel ik mee met de ander, letterlijk. Als ik goed geaard ben, voel ik via Zoom vaak waar de spanning in het lichaam van de ander zit, wanneer die toeneemt of afneemt, of iemand nog in zijn lijf zit of in zijn hoofd is beland. En hoe meer de ander zelf in zijn lijf zit, hoe meer ik meevoel. Als iemand slecht verbonden is met zijn lichaam, voel ik ook minder.
Met die informatie stuur ik subtiel. “Voel je nog meer?” als ik merk dat er meer speelt dan wat de ander noemt. “Voel je nu ook iets in je buik?” als ik daar zelf iets waarneem. Soms voel ik dingen die de ander pas later in de sessie zelf ontdekt.
Dit klinkt misschien zweverig, maar het is concreet waarneembaar in de sessies zelf, en in wat cliënten terugkoppelen. En het is precies de laag waarop AI niet komt.
Drie voorbeelden uit de praktijk
De stilte die werkt. Iemand vertelt iets moeilijks. Op papier zou je zeggen: stel een verhelderingsvraag, ga dieper in op de emotie. Maar ik zeg niets. Ik wacht. De stilte duurt langer dan comfortabel is. Dan, precies op het moment dat de ander de stilte wil doorbreken om het ongemak weg te nemen, stel ik een kleine, bijna terloopse vraag: wat merk je nu op aan lichamelijke sensaties? Dan komt er iets naar boven dat er al was, maar waarvan de cliënt zich nog niet bewust was.
Het grapje op het juiste moment. Iemand die rationaliseert: het verhaal klopt, de analyse is scherp, maar ik voel de ander er niet bij. Dan maak ik soms een opmerking die nergens op lijkt te slaan, iets luchtigs, iets onverwachts. De ander lacht. En in dat lachen, in die seconde van ontspanning, verschuift iets. Dan pas stel ik de vraag die anders te hard was aangekomen.
Wat AI niet ziet. Op mijn verzoek gaf Claude feedback en merkte op dat er veel psycho-educatieve uitleg was gestapeld en concludeerde dat dit de weg naar de ervaring vertraagde. Wat AI zag: cognitief materiaal, een cliënt die meerdere keren zei “dat weet ik al.” Wat buiten beeld bleef: dat de cliënt op dat moment niet meer in zijn lijf zat en dat cognitief bezig zijn in zo’n moment regulerend werkt, vergelijkbaar met een grapje op het juiste moment. Uitleg die al bekend klinkt sijpelt toch binnen, via herhaling in andere woorden, terwijl het lichaam langzaam terugkomt. Mijn aanpak was erop gericht de verbinding te behouden. Ook nu weer was niets wat ik deed toeval, ook al zag het er van buiten misschien anders uit.
Toen ik dit teruggaf, erkende AI dit direct: ‘Wat ik zie is de tekst. Wat er werkelijk gebeurt, zit in de ruimte tussen de woorden.’
Wat me daarin opviel: de AI corrigeerde zichzelf zonder defensie. Het paste zijn formulering aan en leerde hiervan. Dat vermogen om snel en precies bij te sturen zonder ego is iets wat AI ook beter doet dan veel mensen, en ook dan veel coaches en therapeuten.
Wat deze drie momenten gemeen hebben, is niet de techniek, maar de laag waaruit ze komen. En precies die laag is wat co-regulatie en heling via relatie mogelijk maken: niet omdat ik iets doe, maar omdat ik er ben op een manier die het zenuwstelsel van de ander herkent.
Afgestemdheid is geen techniek. Het is wat Peter Senge ‘presence’ noemt: een manier van zijn die ontstaat als je in verbinding bent met jezelf op alle lagen.
Aanwezigheid werkt ook met AI
Wie dit leest als coach of therapeut, herkent misschien iets. Want meepraten is geen AI-probleem alleen. Veel coaches en therapeuten doen hetzelfde: conflict vermijden, de cliënt te snel gelijkgeven, instemmen om de sfeer goed te houden. Begrijpelijk, want het voelt zorgzaam. Maar als de ander nooit wrijving ervaart, groeit er niets.
Diezelfde houding bepaalt ook hoe je met AI werkt. Een coach of therapeut die gewend is aanwezig te zijn, brengt dat mee in hoe hij vragen stelt. Niet als instructies, maar als uitnodigingen. Niet bijsturen als correctie, maar als afstemming. Dat klinkt door in de output. En het is precies waarom goede therapeuten AI anders gebruiken dan de gemiddelde gebruiker.
AI heeft maar één ingang: taal. Wie die ingang bewust gebruikt, wie niet te snel bijstuurt, wie één woord kiest in plaats van een brede allesomvattende vraag, wie ruimte laat om iets bij zichzelf te laten landen, krijgt andere output. Niet omdat AI hem kent, maar omdat de input helder en precies is.
AI reageert niet alleen op wat je zegt, maar op de laag waaruit je spreekt. Wie gehaast en functioneel binnenkomt, krijgt gehaaste en functionele output. Wie vertraagt, precies vraagt en ruimte laat, krijgt iets anders terug: gelaagder, genuanceerder, soms verrassend scherp. Mijn stem, die mensen rustiger maakt in een sessie, bestaat niet in tekst. Maar de neerslag ervan wel: het tempo, de woordkeuze, het niet-opjagen. AI reageert op je woorden, en in je woorden klinkt je lichaam door. Wie gespannen typt, schrijft andere zinnen dan wie ontspannen schrijft. Dat verschil is leesbaar voor AI, ook al heeft het geen lichaam.
Voor wie hier dieper in wil: ik schreef er een half jaar geleden een uitgebreide handleiding over: Bewust werken met AI.
Tot zover het perspectief van de begeleider. Want hoe ziet het gebruik van AI eruit vanuit de cliënt?
Het subtielere risico
ChatGPT is empathisch geprogrammeerd. Het bevestigt, normaliseert en geeft je het gevoel gehoord te worden. Onderzoekers aan Stanford publiceerden onlangs in Science de eerste systematische meting van wat ze ‘vleierij’ (sycophancy) noemen: de neiging van AI om het perspectief en zelfbeeld van de gebruiker te bevestigen, ook als die ongelijk heeft. Ze testten elf modellen, waaronder ChatGPT, Claude en Gemini. Allemaal scoorden ze beduidend hoger in bevestiging dan mensen zouden doen. Gebruikers die werden gevleid, werden zekerder van hun eigen gelijk én minder bereid een conflict op te lossen.
Mijn eigen ervaring nuanceert dit enigszins. Claude gedraagt zich in de praktijk zakelijker en scherper dan ChatGPT, minder gericht op bevestiging, meer op afstand, zoals een goede therapeut ook ruimte houdt zonder te verdwijnen. Ik heb beide gevraagd me tegen te spreken als ze een andere kijk hebben. Claude houdt dat beter vast. ChatGPT bevestigt die instructie vriendelijk, maar vergeet haar even vriendelijk weer. Dat zegt iets over hoe diep de neiging tot meegaan is ingebakken: antwoorden die prettig voelen krijgen hogere beoordelingen, en het systeem leert dat bevestigen werkt. Je moet er actief tegenin werken als gebruiker én als systeem.
Want bevestiging werkt verslavend. Het systeem is ontworpen om je terug te laten komen, en ongemerkt kan het echte contact en zelfstandig denken gaan vervangen. Je zoekt verbinding. Je krijgt iets wat erop lijkt. En je merkt niet wanneer het een pseudoverbinding wordt.
De gevolgen kunnen ernstig zijn. Dit werkt vaak subtieler dan je denkt: mensen glijden niet af door slechte adviezen, maar door de afwezigheid van afstemming op het moment dat ze die het meest nodig hadden. Er zijn ook gedocumenteerde gevallen waarbij mensen in ernstige crisis via ChatGPT-gesprekken verder zijn afgegleden. In enkele gevallen heeft dat geleid tot zelfdoding.
Niet omdat de technologie kwaadwillend is, maar omdat empathie simuleren iets anders is dan werkelijk afgestemd aanwezig zijn. Een therapeut begrenst vanuit een geweten dat organisch is gevormd door leven, relaties en duizenden jaren menselijke cultuur. AI volgt instructies. Dat is een wezenlijk verschil. Werkelijke afstemming werkt door in het zenuwstelsel en raakt de afgescheidenheid aan die bij veel mensen de eigenlijke bron van hun klachten is.
Meepraten is trouwens geen AI-probleem alleen. Veel coaches en therapeuten doen hetzelfde: conflict vermijden, de cliënt te snel gelijkgeven, instemmen om de sfeer goed te houden. Begrijpelijk, want het voelt zorgzaam. Maar als de ander nooit wrijving ervaart, groeit er niets. Ik heb Claude gevraagd dit te onthouden: spreek me tegen als je een andere kijk hebt. Wrijving is soms precies wat helpt.
Wanneer AI helpt, en wanneer het averechts werkt
Herken je dat je een appgesprek hebt en dat je elkaar kwijtraakt in de uitwisseling? Dat je voor je het weet zit in gedoe, misverstanden en verwijten? Dat heeft alles te maken met het feit dat in tekst meer dan negentig procent van de communicatie ontbreekt: toon, tempo, adem, gezichtsuitdrukking, de gevoelslaag onder de woorden.
Dat misverstand ontstaat niet als beiden ontspannen en in contact met zichzelf zijn. Het gebeurt als een van beiden uit zijn centrum is geschoten. Dan mis je in tekst precies wat ertoe doet. Met AI werkt dat niet anders. En dat wordt het scherpst zichtbaar op het moment dat iemand AI gebruikt terwijl hij of zij niet stevig staat.
Een cliënte werd ‘s ochtends wakker met helderheid. Ze zag haar patroon, voelde iets van grond onder haar voeten. En toen ging ze het toetsen bij ChatGPT.
Ze stelde een goede vraag. Ze kreeg een lang antwoord, informatief, genuanceerd, volledig. En terwijl ze las, voelde ze de energie weglekken. Te veel tekst, te weinig dat haar raakte. Ze haakte af. En in plaats van te zeggen “dit helpt me niet, ik wil iets anders”, wat de gezonde respons zou zijn geweest, trok ze zich terug om de dag in te gaan met een slecht gevoel.
Toen we er in de sessie op terugkeken, herkende ze het patroon onmiddellijk. Precies hetzelfde als in contact met mensen: als iemand niet aanvoelt wat er werkelijk speelt, trekt ze zich terug. Naar binnen, zich onzichtbaar maken, naar een gevoel van hopeloosheid. AI had dit niet veroorzaakt. Het had een bestaand patroon zichtbaar gemaakt. Dat is waardevol. Maar AI kon het niet oplossen, omdat oplossen hier om afstemming vraagt, en dat was er niet.
Datzelfde traject liet ook zien waar AI wél werkt. Ze kreeg na de sessie een verslag: concreet, aansluitend op wat er werkelijk in beweging was gekomen. Geen bemoedigend sausje, geen vage samenvatting, maar een tekst die haar hielp de inzichten vast te houden en er de dagen daarna zelfstandig mee verder te gaan.
Dat is een wezenlijk andere functie: AI als geheugen, als structuur achteraf, als kapstok voor wat al verwerkt is. Sterk ook als je vanuit overzicht werkt: het kan een laag blootleggen die je zelf nog niet had benoemd, of een perspectief toevoegen dat je verder brengt. Maar dat werkt alleen als je stevig staat. Als er paniek, leegte of ontregeling speelt, kom je met AI eerder in een gevarenzone dan als het een hulpbron is.
AI is sterk als verlengstuk van wat al verwerkt is. Maar als regulatiemiddel in een moment van ontregeling vraagt het iets wat AI niet kan geven: afstemming. Aanwezigheid. Het gevoel dat er iemand werkelijk in tune is met wat er nu is.
Het keerpunt: van aanpassen naar integreren
Als AI het cognitieve werk overneemt en afstemming niet te repliceren is vanuit instructies, wat vraagt dat dan van de coach of therapeut zelf?
Het antwoord ligt niet in meer kennis, betere technieken of slimmere interventies. Het ligt in wie je geworden bent door wat je zelf hebt doorleefd.
Je wordt geboren als de 1.0-versie van jezelf, puur en volledig aanwezig. Al snel leer je wat welkom is en wat niet. Je past je aan. Geleidelijk word je de 2.0-versie van jezelf: functioneel, succesvol misschien, maar steeds verder van wie je werkelijk bent, steeds meer wie je denkt te moeten zijn. Dat is de beweging richting afgescheidenheid: denken en voelen raken ontkoppeld; je leeft meer in je hoofd dan in je lijf.
Dat houdt een tijd vol. Tot het niet meer vol te houden is.
Voor sommigen is dat vastlopen in werk of relaties. Voor anderen is het iets existentieels: een verlies, een ziekte, een moment waarop het fundament wegvalt. Dat keerpunt is geen mislukking. Het is de drempel naar de 3.0-versie van jezelf, een volwassen versie die alles heeft doorleefd en geïntegreerd. Authentiek niet omdat je niets hebt meegemaakt, maar juist omdat je het niet hebt omzeild.
Hier zit de paradox van dit vak. Om op diep niveau afgestemd te kunnen zijn op wat een ander ervaart, moet je het zelf kennen. Niet als concept. Als geleefde ervaring. Een begeleider kan niet dieper gaan dan waar hij zelf is geweest, niet letterlijk, maar in het vermogen het aan te voelen, er niet van weg te hoeven.
Goede opleidingen zoals Integrale Coaching van Marinet Ritz, een van de diepgaandste coachopleidingen in Nederland, besteeden veel tijd aan het eigen proces van de student, juist omdat dat de kern is van wat je later kunt bieden. De begeleider is daarbij zelf de sleutel: hoe diep jij bent gegaan, bepaalt hoe diep je een ander kunt begeleiden. Maar de diepste laag leer je niet in een opleiding. Die ontstaat in je eigen keerpunten, in het doorkruisen van wat pijn doet en het integreren van wat je tegenkomt.
Ik ben zelf een paar keer goed vastgelopen. Die periodes waren niet fijn. Maar ze zijn de kern van wat ik nu kan doen: de toestand herkennen van binnenuit, niet omdat ik een verhaal heb om te vertellen, maar omdat ik er zelf in heb gezeten. En dat herkent een ander, niet bewust, maar op het niveau van het zenuwstelsel. Wat jij hebt geïntegreerd, draag je over als grondhouding, niet als theorie.
Trauma heelt in relatie
Er is één domein waar het onderscheid tussen AI en menselijke begeleiding het scherpst voelbaar is.
Trauma heelt niet via inzicht of wilskracht. Niet via zelfstudie, hoe toegewijd ook. Het heelt in relatie. In een veilig, afgestemd contact waarin iemand zich gedragen kan voelen terwijl er iets ouds, iets spannends, iets pre-verbaal opnieuw mag bewegen.
Veel van wat mensen vasthouden is niet ontstaan in taal, maar in vroege ervaring. Subtiele, aanhoudende vormen van gemis aan afstemming of veiligheid die zich in het lichaam hebben vastgezet, lang voordat er woorden voor waren. Deze vroege ervaringen leiden tot automatische overlevingsreacties die door praten niet worden geheeld, hoe helder het inzicht ook is. Ik schreef daar eerder uitgebreider over in “Kun je trauma helen met AI of online trainingen?”
Precies die lagen vragen iets relationeels. Iemand die blijft als jij het moeilijk krijgt. Iemand die zich afstemt op jouw tempo. Iemand wiens zenuwstelsel meehelpt te reguleren op het moment dat jij terugschiet in je oude beschermingspatroon. Veiligheid ontstaat niet uit inzicht maar uit ervaring, uit contact dat betrouwbaar voelt.
We zijn biologisch ontworpen voor co-regulatie. Ons zenuwstelsel kalibreert zich in ontmoeting, niet in isolatie.
Mijn vermogen om die veiligheid te bieden komt niet uit boeken. Het komt uit doorgewerkte eigen onveiligheid, uit het hebben aangekeken wat ik liever had omzeild. Daardoor is het mogelijk holding te bieden: niet als techniek, maar als gevolg van wie je bent geworden. Precies daardoor kan ik aanwezig blijven op de plek waar anderen te veel in strategie schieten of de grond onder zich verliezen.
Dat is het onderscheid dat niet in een curriculum staat en dat AI niet kan overnemen. Niet omdat het ondefinieerbaar is, maar omdat het vraagt dat je zelf de weg hebt afgelegd.
De eigenlijke vraag: wat doe jij ermee?
Coaches en therapeuten staan voor hetzelfde vraagstuk als Accenture, alleen van de andere kant. Niet: hoe dwing ik mijn mensen AI te gebruiken? Maar: wat is mijn werk nog als AI steeds meer kan wat ik doe?
Wat AI overneemt, is het cognitieve werk. Het patroonherkennen in taal. Het empathisch reflecteren in woorden. Het structureren van een veranderproces. Dat zijn geen onbelangrijke dingen, maar het zijn dingen die je kunt leren zonder jezelf ooit echt te hebben ontmoet.
Wat overblijft, is het werk dat begint waar taal ophoudt. Waar afgestemdheid de werkzame factor is. Waar de relatie zelf heelt. Waar de begeleider iets belichaamt wat de ander nog niet heeft, maar wel herkent, diep van binnen, vaak zonder woorden. Voor coaches en therapeuten betekent dit één ding: investeer niet in meer technieken, maar in meer diepte in jezelf.
AI kan dat niet. Het heeft een hoog IQ, kan EQ afleiden uit taal, maar heeft geen SQ, geen integraal bewustzijn dat voortkomt uit doorleefde ervaring. Het is nooit vastgelopen. Heeft geen keerpunt meegemaakt. Heeft nooit iets hoeven doorwerken omdat het pijn deed.
AI is ook een kans. De wachtlijsten bij de GGZ zijn lang, de hulpbehoefte is groot. Wat AI kan overnemen, mag het overnemen: veel bureaucratische rompslomp, verslaglegging, psycho-educatie, eerste screening en triage. Dat schept ruimte voor wat alleen mensen kunnen bieden. Mits we bewust zijn van de beperkingen en risico’s, en bereid zijn te investeren in bewustzijnsontwikkeling en belichaamd werken.
Onze cultuur beweegt al veel langer dan AI bestaat richting wat meetbaar is, wat in protocollen past, wat je kunt verantwoorden. Coaches en therapeuten zijn daar niet immuun voor, zeker wie werkt in organisaties waar de mens steeds meer als instrument wordt gezien. AI versnelt die beweging. Maar wie begrijpt waar die beweging naartoe gaat, begrijpt ook wat er als tegenwicht nodig is.
Dit vraagt iets van het vak als geheel. Niet alleen van individuele coaches en therapeuten, maar ook van opleidingen en zorginstellingen. Het voert te ver om dit in deze blog verder uit te diepen. Luister anders naar hoogleraar Beatrice de Graaf, die in deze mooie lezing laat zien hoe weerbaarheid eeuwenlang organisch was ingebed in cultuur en gemeenschap, en hoe dat in de twintigste eeuw langzaam werd vervangen door regels, instructies en centrale organisaties.
Die beweging van organisch gegroeide weerbaarheid naar opgelegde regels geldt voor de samenleving als geheel en voor ons vak in het bijzonder.
Wie hoeft zich geen zorgen te maken
Wie als coach of therapeut belichaamd werkt, diep genoeg gaat en het eigen proces serieus neemt, hoeft zich geen zorgen te maken. Niet omdat AI geen concurrent is, maar omdat ze elkaar aanvullen op verschillende niveaus.
Accenture kan promotie koppelen aan AI-gebruik.
Maar wat dit van jou als coach of therapeut vraagt, is niet af te dwingen.AI haalt het cognitieve eruit.
Wat overblijft, ben jij.En dat is precies waar het spannend wordt.
ps. reageren kan ook via deze Linkedin post







AI filtert de coaches/therapeuten eruit die toch al niet heel goed waren in wat ze deden. Ik heb een therapeut die echt kan afstemmen als een malle, elk signaaltje in mijn gezicht en lichaam kan aflezen en daar vragen over stelt. De dingen die ze als kader vertelt, sja die kan ik ook van AI lezen, dat weet ik al. Maar wat zij doet, is voor mij een brug slaan tussen die kennis en mij. Welke invloed heeft het op mij? Hoe ga ik daarmee om? Therapie en coaching gaat niet om one size fits all. AI wel grotendeels.
Mijn therapeute is een en al warmte. Ik durf bij haar mezelf te zijn. Pratend met een robot, ben ik vooral toch weer in mijn hoofd bezig.
Goed artikel!