Vorige week liepen we met een boerenfamilie de bergen in om de schapen op te halen voor de winter. Een hele dag dieren bij elkaar drijven over hellingen waar ik zelf de weg niet zou vinden, en aan het eind eten met mensen die ons twee jaar geleden nog niet kenden.
Dit hadden we bij het verhuizen niet kunnen voorzien.
Mensen vragen ons vaak hoe het hier bevalt. Het eerlijke antwoord is dat er meer is samengevallen dan we hadden kunnen bedenken. Niet één goede keuze, maar een stuk of tien dingen die elkaar zijn gaan versterken: het werk, het licht, de mensen die komen, het dal, de stilte, het huis. In deze blog loop ik na hoe we hier terechtkwamen en wat er daarna nog bij is gekomen, en ik kijk wat eronder zit. Want de vraag is of dit toeval is.
Ik spreek geregeld mensen die overwegen te emigreren en mensen die het al deden. De een blijft, de ander komt terug, en waar dat verschil vandaan komt, houdt me bezig. Loop je zelf met het plan rond om te emigreren, dan is het misschien ook jouw vraag.
Het eerste huis
Op 21 juni 2023 emigreerden we. We hadden het vakantiehuis van mijn ouders overgenomen, in Gudbrandsdalen, een uur boven Lillehammer, en daar trokken we in. Daar kwamen we al jaren, elke zomer wat langer, en altijd met veel plezier. Een sfeervol oud houten Noors huis uit de jaren vijftig, midden in de natuur, met uitzicht over het dal. Mijn zus woont met haar man en kinderen in de buurt. Dat is gezellig en in het begin was het ook handig, want bij emigreren moet je van alles uitvinden.
Toen we er eenmaal woonden, begonnen drie dingen mee te wegen. Het huis had een upgrade nodig om er ook in de winter comfortabel te kunnen wonen. Het lag aan een steil karrenpad van ongeveer een kilometer, waardoor het in de winter lastig bereikbaar was. En het lag aan de E6, het hoofddal tussen Oslo en Trondheim, en zo’n dal werkt als een klankkast. Je hoort het verkeer de hele dag en dat ging ons steeds meer tegenstaan. Dan woon je in Noorwegen en hoor je de hele dag verkeer.
Uit die drie dingen kwamen de criteria voort waarmee we naar een ander huis zijn gaan zoeken. Ze staan in het kader onderaan deze blog. Veel daarvan kun je niet van tevoren bedenken, daarvoor moet je er wonen. Daarom raden we anderen ook aan eerst iets te huren en pas daarna te kopen.
Binnen een paar minuten
Hoewel Marlí er niet op zat te wachten om weer te verhuizen, zijn we na dat eerste jaar Noorwegen toch gaan zoeken. Van Trondheim tot het fjordengebied. In juni 2024 schreef ik in mijn nieuwsbrief nog dat we een half jaar later misschien wel in de buurt van Trondheim zouden wonen, de oude hoofdstad van Noorwegen. Binnen drie maanden was die voorspelling achterhaald.
Bij het zoeken op de Noorse Funda wogen we onze criteria mee: in de natuur met uitzicht, aantrekkelijk geprijsd, niet aan een hoofdweg en minstens vijf slaapkamers, zodat we er ook retraites konden geven. Daarna gingen we kijken. Een plek beoordeel je immers niet op een website met mooie foto’s. Bij elke bezichtiging groeide de lijst met criteria en vielen er huizen en zelfs hele streken af.
Het werd Hedalen in september 2024, een heel eind de andere kant op dan waar we oorspronkelijk naar keken. Ter plekke wisten we het binnen een paar minuten en de eigenaresse zei diezelfde middag een andere bezichtiging af. Het huis was voor ons.
De foto's en de beschrijving gaven mij vooraf niet gelijk een ja-gevoel. Wat in die paar minuten de doorslag gaf, ging voorbij aan wat we van tevoren als criteria hadden geformuleerd. Veel licht door de grote ramen, een magnifiek uitzicht op de bergen, buiten alleen het geluid van de rivier beneden in het dal. Dat stond allemaal op onze lijst, maar overtrof onze verwachtingen. De plek had iets bijzonders dat je niet makkelijk kunt rationaliseren. En wat er niet op stond, was de liefde en het vele werk dat de vorige eigenaren in dit huis hadden gestoken. Je voelt dat zodra je binnenkomt. We konden er zo intrekken.
Hoe we hier binnenkwamen
Het cliché wil dat Noren gesloten zijn. Zo heb ik het niet ervaren. De vorige eigenaar van dit huis heeft ons enorm geholpen met het leggen van contacten. Ook voor haar was bewustzijn geen vreemd begrip en we hebben nog steeds contact met haar. Toen Avisa Valdres in juli 2025 een stuk over ons schreef, “Fant det perfekte stedet i Hedalen”, wist het hele dal binnen een week wie we waren en wat we deden. Dat zegt weinig over karakter en veel over de schaal van de gemeenschap: klein genoeg om te merken dat er iemand bij is gekomen en ons welkom te heten.
Integreren doen we hier vooral via Marlí. Zij heeft Noors geleerd en beheerst het goed. Ze zingt in het lokale koor en ze doet vrijwilligerswerk. Zij zorgt ervoor dat we hier gezien worden. Die dag met de schapen gebeurde dan ook niet vanzelf. We waren daar omdat de boerenvrouw haar koorgenoot is.
Dat zij hier meer mensen kent dan ik, ligt niet aan Noorwegen. Zij heeft overal mensen om zich heen nodig en maakt makkelijk contact. In Culemborg was dat net zo: zij kende de buurt, ik veel minder.
Ik doe het anders. Ik kom hier vooral bij mensen terecht via mijn vak. Zo nam ik dit jaar vlakbij huis deel aan een retraite bij Christian V. Scheel, een Noorse therapeut die lichaamsgericht en non-duaal werkt. Zo iemand heb ik zelden meegemaakt, echt heel inspirerend. Dat ik zoiets hier om de hoek zou vinden, had ik niet verwacht. Helaas kan ik zijn retraites niet aanbevelen aan de meeste lezers van deze blog. Die zijn alleen in het Noors.
Met de emigratie veranderde ook het contact met Nederland. Vroeger: veel mensen, vaak, en kort. Een uur koffie, een borrel, even langs. Die vorm van contact kun je niet overzetten naar zestienhonderd kilometer afstand. Het laagdrempelige langsgaan bestaat hier niet en dat mis ik soms ook.
Maar er kwam iets voor terug dat me meer voldoening geeft, en daar had ik niet op gerekend. Vrienden die de moeite nemen om te komen, blijven een week, vaak al voor de tweede keer. Juist daardoor verdiept de vriendschap zich meer dan wanneer we elkaar in Nederland af en toe hadden gezien.
Wat de plek met mijn werk doet
En werk dan? Ik doe mijn sessies met cliënten uit Nederland en Vlaanderen via Zoom en dat gaat hier gewoon door. Anders dan in veel landen waar mensen naartoe verhuizen, is het internet in Noorwegen net zo goed als in Nederland. Ik vind Zoom vaak zelfs beter werken dan live: geen reisstress en de cliënt zit op zijn eigen veilige plek. Regelmatig werk ik als nomade ook onderweg, vanuit onze Mink camper, ergens genietend van de prachtige Noorse natuur.
Deze plek helpt me om aanwezig te zijn. De stilte, het uitzicht, de lucht: ik sta hier makkelijker in mijn eigen centrum dan ik in Nederland deed. Op het niveau waarop ik werk maakt dat enorm veel uit. Je kunt een ander alleen meenemen naar de diepte en trauma alleen helpen helen, als je daar zelf stevig staat. De plek doet meer voor mij dan welke techniek ook.
Een deelnemer aan een retraite schreef achteraf over “de rust en veiligheid waardoor ik de ruimte voelde om me te durven uiten”. Dat is niet het programma. Dat is de voorwaarde waaronder mensen bij zichzelf kunnen komen.
“Jullie huis is niet alleen een huis.” Dat schreef een andere deelnemer in ons gastenboek na een week. We draaien nu vier retraites per jaar bij ons thuis. De meeste deelnemers kenden ons van tevoren niet. Ze komen naar een dal waar ze nog nooit van gehoord hadden, bij twee mensen die ze niet kennen, en gaan een week later anders weg dan ze binnenkwamen.
De retraites en de online sessies leveren meer dan genoeg op om niet fulltime te hoeven werken. Het geeft me meer energie dan het kost, voedt me en geeft zin aan mijn bestaan.
Waarom Noorwegen niet toevallig is
Maar waarom dan Noorwegen en niet elders?
Weinig Nederlanders komen op dat idee. Wie vertrekt gaat meestal naar België, Duitsland, Spanje of Frankrijk, en Scandinavië staat niet in dat rijtje. Dat snap ik wel: de zon trekt, en van Noorwegen denken mensen vooral dat het donker en duur is. Wij ervaren dat anders. Er is hier op jaarbasis net zoveel zon als in Nederland, alleen veel meer in de zomer. En wij wonen hier goedkoper dan we in Nederland deden. Waarom dat zo is, staat in het kader onderaan. Ik vind het eerlijk gezegd wel prettig dat niet iedereen dat doorheeft.
De belangrijkste reden is echter dat mijn moeder Noorse is, en als je verder terugrekent, ben ik zelfs voor negen zestiende Scandinavisch (ik heb ook een beetje Deens bloed). Ik sprak de taal van huis uit zonder er ooit gewoond te hebben, thuis met mijn moeder en verder nergens.
Dat verklaart Noorwegen. Het verklaart nog niet waarom ik zo makkelijk weg kon.
Mijn vader is geboren en deels opgegroeid in Nederlands-Indië. Hij had het daar goed. Daarna kwam hij in Den Haag terecht bij een stieftante, en dat vond hij verschrikkelijk. Net als veel mensen die daarvandaan komen, is hij een beetje ontheemd geraakt. Mijn moeder mist Noorwegen en had er ook wel willen wonen. Mijn vader wilde dat niet. Geen van beiden waren dus geworteld waar we woonden.
Ik ben in mijn eerste tien levensjaren tien keer verhuisd, in twee landen, en in totaal zit ik ergens rond de vierentwintig verhuizingen. Elke keer opnieuw een straat, een school, een groepje waar ik bij probeerde te horen. Er is geen plaats waar ik vandaan kom. Ik ken genoeg mensen die op latere leeftijd juist teruggaan naar de streek waar ze zijn opgegroeid, en die trek heb ik nooit gevoeld.
Zo bekeken is mijn stap naar Noorwegen minder toeval dan het lijkt. Verhuizen gaat me makkelijk af, en Noorwegen zit in mijn dna. Uitrekenen kan ik het niet, en ertegenin ook niet. Het trok me al voordat ik wist dat ik zou gaan.
Thuis voelen zonder er iets voor te doen
Koning Harald overleed eind augustus, negenentachtig jaar oud, na vijfendertig jaar op de troon. Begin september was zijn uitvaart in de Domkerk in Oslo en volgde zijn zoon hem op als Haakon VIII. Ik was verbaasd over hoezeer zijn overlijden me raakte. Bij het Nederlandse koningshuis heb ik dat nooit gehad, terwijl ik daar geboren en getogen ben. Er gebeurde iets dat het hele land tegelijk raakte, en ik hoorde erbij, zonder dat ik daar iets voor had gedaan.
Wat ik voelde bij het overlijden van onze koning staat niet op zichzelf. Dit jaar kwamen er veel mensen langs, retraitegangers en goede vrienden, en elk bezoek liet iets achter. Ik voel me hier meer thuis dan ik me ooit ergens heb gevoeld.
Marlí heeft hier geen wortels. Ze heeft geen sterke binding met de plek waar ze opgroeide en is lang niet zo vaak verhuisd als ik. Zij houdt bovendien niet van verandering; ze sprak de taal niet en ze had hier geen familie. Maar Noorwegen heeft haar hart gestolen met de ongerepte ruige natuur en weinig prikkels. Hier voelt ze zich thuis. Na een week in Nederland wil ze weer graag terug ;-)
Van waaruit we kozen
Tot hier is het een opsomming van dingen die bij ons goed uitpakken. Maar waarop voel je dan dat iets klopt en wordt emigreren geen Ik vertrek?
Bij het besluit om te emigreren, en later bij dit huis, voelden we allebei een duidelijk ja, onafhankelijk van elkaar en vanuit een diepere grond. Ik noem die grond de berg in jou, je eigen centrum. Hoe beter je daarmee in verbinding staat, hoe meer je kunt putten uit een dieper weten, voorbij ratio en voorbij gevoel. Van daaruit ervaar je een ja, of je ervaart dat niet. Ik noem die laag ook wel SQ. Je verstand en je gevoel, IQ en EQ, doen er volop aan mee, alleen zijn ze niet leidend.
Daar heb ik jaren aan gewerkt, en dat is het onzichtbare deel van het voorwerk. Zonder dat werk had ik dit besluit vanuit afgescheidenheid genomen, losser van de realiteit in het nu. Dan had het zomaar een ander huis kunnen zijn dat we hadden gekocht, en het is zeer de vraag of dat achteraf zo goed had geklopt als dit huis.
Verliefd worden op een huis voelt trouwens bijna hetzelfde als weten dat het klopt, maar de grond eronder is totaal anders. En er is nog een manier waarop je jezelf voor de gek houdt, die lastiger te zien is. Veel mensen denken dat ze vanuit hun centrum kiezen, terwijl ze dat niet doen.
Dat is de spirituele valkuil waar ik eerder over schreef in Tussen wakker zijn en verdwalen: je bent overtuigd van je gelijk en je bent je niet bewust van het trauma dat je perceptie van de realiteit kleurt. Wat je dan een dieper weten noemt, is een werkelijkheid die je zelf hebt gebouwd, niet gegrond in het nu maar in wat je niet wilt zien of voelen. Zo’n werkelijkheid houdt zichzelf overeind, want je redeneert naar je conclusie toe zonder het te merken. In sessies en op retraites zie ik dat keer op keer.
Het vraagt werk om de afgescheidenheid op te heffen, die scheiding tussen je hoofd en de rest van jezelf. Dat innerlijk werk doe je niet door te snappen hoe het werkt.
Dat geldt ook voor mij. Wat ik hier voel, daar twijfel ik niet aan. Of mijn verklaring ervoor klopt, kan ik niet controleren. Ik heb geen versie van mezelf die het anders deed.
Een ja uit die laag kun je dus niet oproepen. Je kunt wel onderzoeken of hij er is, voordat je je huis verkoopt.
Wat jij hiermee kunt
Reken uit wat uit te rekenen valt. Dat helpt en het is het deel waar je grip op hebt.
Kijk daarnaast naar de dingen die op geen enkele lijst staan, want die bepalen vaak of het goed uitpakt. Of je je naar die plek toe beweegt, of weg van iets anders. Of mensen de reis naar je toe maken als je er eenmaal woont, en wat voor bezoek dat oplevert. Of je een manier vindt om mee te doen in de gemeenschap, en via wie dat loopt. Of je werk op die plek beter wordt en niet alleen mogelijk blijft. En als je met z’n tweeën gaat: of jullie het allebei echt willen. Vooraf weet je dat allemaal niet zeker. Wat je wel kunt nagaan is of een plek ruimte laat voor die dingen.
En ga vooral niet over één nacht ijs. Eerst jaren vakantie, elke zomer wat langer. Toen een huis dat al van de familie was, waar we weinig risico liepen en makkelijk weer weg konden. Pas daarna kochten we hier. Elke stap leverde iets op wat we van een afstand niet hadden kunnen weten, en wat we onderweg leerden veranderde de stap daarna. Zo werkt het: je zet een stap, je voelt wat er klopt en wat niet, je stelt bij en je zet de volgende. Iteratief, totdat het klopt. Een plek kies je niet van een afstand. Je moet er geweest zijn, geproefd, gevoeld.
En kijk uit welke laag je antwoord komt. Als je alleen kunt uitleggen waarom die plek een goed idee is, weet je nog niet of hij klopt.
Dan de vraag uit het begin, of dit toeval is. Nee. Door goed na te denken en te voelen, bij te stellen op wat je onderweg ervaart en je besluiten te nemen vanuit je berg, dwing je het geluk af. Ik heb dit jaren aan cliënten uitgelegd. Bij ons besluit om te gaan en later bij dit huis heb ik zelf ervaren dat het echt zo werkt.
Pakt het anders uit, dan heb je het in elk geval geprobeerd, en dat lijkt me beter dan de rest van je leven te denken dat je het had moeten doen. Terugkomen is geen mislukking.
Bijlage: onze criteria op een rij
Onze criteria, grotendeels ontstaan door hier te wonen.
Neerslag. Hier valt ongeveer 930 mm per jaar, in De Bilt rond de 850. Op papier is het hier dus natter. Zo voelt het niet, en dat zit in de vorm: vier à vijf maanden valt het als sneeuw, die blijft liggen in plaats van dat alles doorweekt raakt. Wat wel scheelt is de kust: in het fjordengebied valt twee tot drie keer zoveel. Wij zitten achter de bergen.
Licht. Op de kortste dag is het hier maar zo’n twee uur korter licht dan in Nederland. Wat het verschil maakt is de sneeuw. Vier à vijf maanden ligt er een witte laag die het licht terugkaatst in plaats van het te slikken, en met het weidse uitzicht erbij voelt de winter hier veel minder grauw dan een Nederlandse november.
Warmte. Tien graden met zon en droge lucht voelen ongeveer als twintig graden vochtig in Nederland. Dat is onze ervaring en geen meting. We zitten ook in het voor- en najaar regelmatig buiten.
Klimaatontwikkelingen. We hebben gekeken naar de verwachtingen voor deze regio op langere termijn, en dat heeft meegewogen. De kust met de mooie fjorden is daarom afgevallen. Ook hier verandert het overigens: de normaal van 1961-1990 lag op ongeveer 810 mm neerslag, het laatste decennium op ongeveer 1005. Natter en warmer, ook achter de bergen.
Uitzicht en geluid. Vrij uitzicht op het zuiden met ook zon in de winter en geen verkeer.
Staat van het huis. Er is genoeg te koop waar nog jaren werk in zit. Dat is niet ons ding. Aan dit huis hebben we vrijwel niets hoeven doen, en dat was meer dan we hadden durven dromen.
Vocht. Veel huizen die we bekeken lagen op een helling waar het water langs en onder het huis doorloopt. Dat geeft vochtproblemen. Ons vorige huis had dat ook. Daar zijn we daarna scherp op gaan letten, want vocht gaat niet vanzelf over.
Bereikbaarheid. Ver genoeg weg om stil te zijn, dichtbij genoeg zodat bezoek nog even kan komen en je in de winter niet vastzit. Als het ‘s nachts sneeuwt, komt de lokale boer voor 7 uur ‘s ochtends langs om de sneeuw te ruimen tot aan de garagedeur.
Voorzieningen. Een winkel op fietsafstand. En een koor in de buurt, want Marlí zingt.
Cultuur. We houden ook van een museum of een concert. Noorwegen is een enorm groot land en voor het grootste aanbod moet je in de grote steden zijn. Oslo ligt slechts 2 uur hier vandaan, voor Noorse begrippen vlakbij. En zelfs hier in de buurt zijn er prachtige kleinschalige concerten met internationaal bekende Noorse topartiesten. Bovendien ligt er een plek vlakbij waar veel retraites worden gegeven, Dharma Mountain.
Geld. Dit huis zou in Nederland vier tot vijf keer zoveel kosten. We hoefden er geen hypotheek voor af te sluiten. Boodschappen zijn duurder, energie en zorg zijn goedkoper, en als zzp’er heb ik hier geen arbeidsongeschiktheidsverzekering nodig. En de natuur kost niets.







Dank voor je interessante en leerzame verhaal!, Lars. Zo veel tekst lees ik vrijwel nooit vanaf mijn telefoon, maar deze nu in één keer uitgelezen.