Waarom narcisme zo aantrekkelijk is
Waarom de zelfverzekerde zo kwetsbaar is, en de kwetsbare zo controlerend
English version
Trump is niet uit het nieuws te slaan. Epstein ook niet, al zou Trump dat liever anders zien. Beiden laten zien waar narcisme toe in staat is als het macht heeft of grijpt. Trump is de meest zichtbare variant: luid, onverhuld, alles draait om hem. Epstein laat iets anders zien: hoe iemand met vergelijkbare trekken jarenlang buiten het zicht kan opereren, een heel netwerk manipulerend, terwijl maar weinigen het zagen of wilden zien. Beiden verdraaiden de werkelijkheid. Beiden lieten een spoor van schade achter.
Maar zij zijn de extremen. Wat velen niet zien: narcistische patronen werken meestal subtieler, dichter bij huis, buiten het zicht. In gezinnen, in organisaties, in de politiek. Net zo destructief. Alleen leggen we de link niet.
Ik schrijf over dit onderwerp al jaren, vanuit onderzoek én vanuit eigen ervaring, en werk met mensen die vastzitten in narcistische dynamieken. Zowel degenen die de patronen vertonen als degenen die er de gevolgen van dragen. Waarbij die twee rollen zelden zo gescheiden zijn als ze lijken.
Wat me steeds opvalt: zelfs mensen die er dagelijks mee werken, therapeuten, coaches, managers, missen de subtielere vormen. Niet omdat ze het niet willen zien, maar omdat narcisme pas zichtbaar wordt als je weet waar je op moet letten. En omdat de meest gangbare beschrijvingen het grootste deel van het spectrum missen.
Ik ga hier in op de subtielere vormen: waarom narcisme zo aantrekkelijk is, niet alleen voor degene die het vertoont, maar ook voor degene die ermee in aanraking komt. Want juist de subtielere vormen trekken aan voordat je doorhebt wat er speelt. En tegen de tijd dat je het ziet, ben je er al in verstrikt. Wie niet weet hoe het werkt, kan het niet tijdig herkennen. En wie het niet tijdig herkent, heeft nauwelijks een keuze. Niet in een relatie, niet in een organisatie, niet in de wereld om zich heen.
Het essay beweegt van herkennen naar doorbreken: vijf eerste signalen, vijf sleutels om dieper te begrijpen, de vijf gedaanten waarin narcisme zich toont, en wat er dan nodig is om de dynamiek te keren.
Wat narcisme werkelijk is
Narcisme is een van de meest gebruikte begrippen in psychologie en populaire cultuur, en daardoor ook een van de meest uitgeholde. Iemand die zijn foto’s zorgvuldig uitkiest heet een narcist. Een baas die weinig luistert ook. Maar wanneer wordt het echt ongezond? Bijzonder hoogleraar en psychoanalyticus Frans Schalkwijk formuleert het helder: “Een patroon gaat altijd op. Niet één keer, niet alleen onder druk, maar structureel, in verschillende relaties, in intieme contexten.” Dát is waar ik het over heb als ik schrijf over narcisme, of beter geformuleerd: narcistische defensie of persoonlijkheidsstoornis.
Want zoals ik ook eerder schreef: Je bent niet je label. Niemand is 'een narcist'. Wat wel bestaat: narcistische trekken, een narcistische defensie, patronen die ooit een functie hadden. Die kunnen hardnekkig zijn en veel schade aanrichten, maar ze zijn niet wie iemand is. Dat onderscheid klinkt misschien klein, maar het bepaalt hoe je naar iemand kijkt. Het bepaalt of je iemand ziet als een probleem, of als iemand die vastzit in een patroon dat ook anders kan.
Het probleem van structureel narcistisch gedrag is niet in de eerste plaats dat iemand zelfgericht is. Het is dat gelijkwaardigheid verdwijnt. Tegenspraak wordt onmogelijk. De werkelijkheid van de ander telt niet meer mee. En de eigen werkelijkheid wordt zo bijgesteld dat ze verdraaglijk blijft. Dat heeft verwoestende gevolgen voor partners, voor kinderen, voor teams en organisaties en zelfs voor beschavingen. En zoals de geschiedenis keer op keer laat zien, ook voor hele samenlevingen.
Social media versterkt precies die strategieën die narcistische defensies voeden: zichtbaarheid, zekerheid tonen, snel reageren. Het maakt narcistische patronen niet alleen zichtbaarder, maar normaliseert ze ook.
Wat me fascineert, en verontrust, is hoe weinig bewustzijn er bestaat van wat narcisme werkelijk is, ook bij mensen die de huidige ontwikkelingen proberen te duiden. Niet omdat ze het niet willen zien, maar omdat het mechanisme eronder onzichtbaar blijft zolang je er niet bewust mee in aanraking bent geweest.
Het zelfvertrouwen, de helderheid, de kwetsbaarheid of juist de opoffering: het heeft iets dat rust geeft, bewondering oproept of het gevoel oproept eindelijk gezien te worden. Tot je merkt dat er iets niet klopt. Dat het gesprek steeds dezelfde kant op beweegt. Dat jij degene bent die zich aanpast.
En juist omdat die verschuiving zo geleidelijk gaat, is ze zo moeilijk te herkennen. De meeste beschrijvingen richten zich op het meest zichtbare type: de dominante persoonlijkheid die geen kritiek verdraagt. Maar de subtielere vormen, de bescheiden helper, de altijd-begrijpende partner, de intellectueel die nooit echt luistert, komen minstens zo vaak voor. En kunnen even destructief zijn. Precies dat moment beschrijft een cliënt van mij.
Iets klopt niet, maar ik krijg er geen vinger achter
Een cliënt zit tegenover me en beschrijft een gesprek dat de avond ervoor plaatsvond. Ze had het zorgvuldig voorbereid. Niet beschuldigend beginnen, zei ze tegen zichzelf. Gewoon uitleggen wat er gebeurde.
Het ging over iets relatief kleins. Een afspraak die opnieuw niet was nagekomen.
Ze begon voorzichtig, bijna diplomatiek.
Maar nog voordat ze haar punt goed had kunnen uitleggen, verschoof het gesprek. Eerst een uitleg waarom de situatie eigenlijk anders lag. Daarna een analyse van waarom haar verwachting misschien niet realistisch was. Vervolgens een opsomming van situaties waarin zij vaker zo reageert wanneer ze stress heeft.
Terwijl ze dat vertelt, merk ik dat ze opnieuw begint te twijfelen.
“Het gekke is,” zegt ze uiteindelijk, “dat ik het gesprek inging omdat iets voor mij niet klopte. Maar na tien minuten voelde het alsof ik degene was die zich moest verantwoorden.”
Ik vraag haar wat ze op dat moment deed.
Ze is even stil.
“Ik ging uitleggen waarom mijn gevoel klopte.”
Daar zit het kantelpunt. Niet in wat haar partner deed. Maar in wat zij deed op het moment dat haar ervaring ter discussie werd gesteld: ze stapte uit haar eigen waarneming en begon die te verdedigen met argumenten. De werkelijkheid werd niet openlijk ontkend. Ze werd zachtjes verschoven. En zij volgde die verschuiving, zonder te merken dat ze dat deed.
Het gesprek eindigde zonder ruzie. Maar ergens onderweg was ze zichzelf kwijtgeraakt. Ze voelde dat pas later, aan de vermoeidheid na afloop, aan het knagende gevoel dat ze iets belangrijks niet had kunnen vasthouden.
Dat is wat narcistische dynamieken zo verwarrend maken: er is zelden een duidelijk moment aan te wijzen. De werkelijkheid schuift langzaam. Jouw beleving wordt onderwerp van discussie. En voordat je het weet, ben jij degene die zijn eigen ervaring moet bewijzen. Hoe dat mechanisme werkt en waarom het zo moeilijk te zien is, wordt duidelijk als je onder de oppervlakte kijkt.
Wat we onder narcisme verstaan
In mijn praktijk hoor ik het woord regelmatig.
“Mijn ex is een narcist.” “Mijn baas heeft narcistische trekken.”
Het label brengt orde. Het geeft woorden aan gedrag dat eerder verwarrend of pijnlijk voelde. Dat kan helpend zijn. Maar tegelijk stopt dan het onderzoek. Wat er onder die buitenkant beweegt, bepaalt hoe hardnekkig zo'n patroon is en waarom het zo moeilijk te doorbreken valt.
Ik schreef enkele jaren geleden een uitgebreide paper over narcisme. De slachtofferboeken misten distantie, de wetenschappelijke bleven hangen in diagnosticering. Wat ik zocht was iets anders: begrip dat dicht bij de geleefde ervaring blijft, ook die van mijzelf.
Want ik kom narcisme niet alleen tegen bij cliënten. Ik herken het ook in mezelf, in patronen die ik de afgelopen jaren heb leren zien en langzaam heb kunnen loslaten. Die combinatie, onderzoeker én onderwerp tegelijk, maakte de paper anders dan verwacht. En maakt dit essay persoonlijker dan de meeste teksten over dit onderwerp.
Wat mijn blik blijvend veranderde: narcisme is meestal geen vaste persoonlijkheid, maar een beschermlaag. Een manier om boven gevoelens van schaamte, onzekerheid en afhankelijkheid te blijven, ontwikkeld in een tijd waarin die gevoelens te gevaarlijk waren om te dragen. Niet een karakterfout dus, maar een oplossing die ooit nodig was.
Lichaamsgerichte psychotherapeute Diana Ruthgeerts omschrijft het zo: “Narcisme is onze ‘er is niets aan de hand’-houding. Een defensieve laag waarmee we ons gezicht ophouden en ons optrekken boven de ondermijnende gevoelens van afhankelijkheid en de daaruit volgende kwetsbaarheid.”
Narcisme is in die zin ook de tegenhanger van authenticiteit. Dat maakt narcisme in de kern een realiteitsvraagstuk. Niet een gedragsprobleem, niet een karakterkwestie. Maar een verstoorde verhouding tot de werkelijkheid: wie de eigen kwetsbaarheid niet kan verdragen, buigt de realiteit bij totdat ze verdraaglijk wordt. En wie dat doet, kan ook de werkelijkheid van een ander niet ontvangen.
Je stelt alles in het werk om te voorkomen dat je in dat kwetsbare stuk wordt gezien. Door jezelf te overschreeuwen, de ander te minachten of idealiseren, of jezelf onzichtbaar te maken.
De paradox, en de eenzaamheid eronder
Die beschermlaag verklaart ook waarom narcisme van dichtbij zo verwarrend voelt.
Aan de buitenkant kan iemand zeer zelfverzekerd zijn. Charismatisch, dominant, overtuigend. Maar onder die buitenkant bestaat tegelijk een diepe onzekerheid. Psychotherapeute Ruth Geerts noemt dit de narcistische paradox: hoe kan iemand tegelijkertijd zo arrogant zijn en zo’n laag zelfgevoel hebben?
Het antwoord: onder dat zelfverzekerde zelf zit een gevoel van leegte dat voortdurend moet worden afgedekt. Vandaar de constante behoefte aan bewondering, succes, en controle over hoe de werkelijkheid wordt gezien.
Want kwetsbaarheid voelt voor iemand met een narcistische defensie niet als moeilijk. Het voelt als gevaarlijk. Dat verklaart de rigiditeit, de controle, en het onvermogen om gecorrigeerd te worden.
Schalkwijk beschrijft de kern van die paradox op een manier die me is bijgebleven: “De tragiek van narcisme zit ‘m in het gevoel dat jij de enige bent die jouw ware zelf kan zien. Je hebt om je eenzaamheid dragelijk te maken, jouw binnenwereld boven iedereen geplaatst. Als je dan toch alleen bent, dan maar aan de top. Om deze manier van relateren in stand te houden, ben je steeds op zoek naar erkenning en bewondering. Dat maakt de krenking zo pijnlijk; ze raken aan de eenzaamheid die verborgen moest blijven.”
Soms kantelt er iets. Als de realiteit niet langer verdraaid kan worden, als werk, relatie of status wegvalt en de innerlijke leegte zich aandient, kan dat een opening zijn. Juist de verborgen narcist, minder zichtbaar en minder succesvol in het buitenhouden van de werkelijkheid, is dan nog bereikbaar. De openlijke variant, de Trump of Epstein, zoekt die opening zelden op. Die kiest liever voor ontkenning. Of erger.
Wat dit mechanisme zo gevaarlijk maakt: de zoektocht naar erkenning straalt soms uit als zelfvertrouwen, als richting, als kracht. Pas later wordt zichtbaar wat er onder zit. Bij mensen met hoge intelligentie kan dat lang duren: hun mind maakt overuren om de boel te controleren, om niet geraakt te kunnen worden. Intelligentie en narcistische defensie zijn een combinatie die zichzelf lang kan verbergen. Hoe ver dat kan gaan, zien we bij iemand als Epstein.
Hoe het ontstaat
Narcisme begint niet waar het zichtbaar wordt. Narcisme begint vroeg. Niet als keuze, maar als aanpassing.
Gezonde ontwikkeling vraagt om ouders die hun kind goed genoeg aanvoelen: warmte bieden én begrenzen, afstemmen op wat het kind nodig heeft in plaats van op wat het kind aangenaam maakt.
Een belangrijk onderdeel van die ontwikkeling is spiegeling. Wanneer een kind iets doet wat niet mag, een vaas omgooit bijvoorbeeld, en de ouder reageert boos maar vangt het kind daarna ook op en troost het, leert het kind een essentieel onderscheid: ik heb iets fout gedaan, maar ik ben niet fout. Die nuance, situationeel versus absoluut, is de basis van een gezond zelfgevoel.
Wanneer ouders zelf te veel in de weg staan met hun eigen behoeften of emotioneel afwezig zijn, ontbreekt precies die spiegeling. Ruthgeerts beschrijft wat er dan gebeurt: “Een ouder is nodig die het onderscheid maakt tussen de eigen behoeften en die van het kind, een ouder die de eigen beleving los kan zien van de realiteit, een ouder die in staat is fijngevoelig te reageren op de uitgezonden signalen. Voor narcistische ouders is dit moeilijk. Ze zien de wereld niet door de ogen van hun kind.”
Zonder die spiegeling leer je jezelf en de wereld kennen in het absolute. Niet ik maak fouten, maar ik ben een fout. Die beweging van een concrete situatie naar een totaaloordeel werkt ook naar buiten: een partner, een collega, een vriend kan in korte tijd kantelen van bewonderenswaardig naar waardeloos, zonder dat er objectief veel is veranderd. De grijstinten zijn verdwenen omdat ze nooit veilig genoeg zijn geweest om te leren kennen.
De gevolgen laten zich raden. Elke poging tot ontwikkeling van een authentiek zelf wordt de kop in gedrukt. Loyaliteit gaat ten koste van de eigen ontwikkeling. Er is weinig ruimte voor gevoelens en kwetsbaarheid, en het kind leert zichzelf op te blazen of juist kleiner te maken. Wat later zichtbaar wordt als perfectionisme, faalangst, prestatiedrang, relatieproblemen, of een diep gevoel van innerlijke leegte.
Narcisme is daarmee ook altijd een verhaal over wat er vroeger niet was. De patronen worden doorgegeven van generatie op generatie totdat iemand ze bewust begint te zien.
Maar hoe herken je dat patroon als je er middenin zit?
Vijf eerste signalen: iets klopt niet
De vraag die mensen in mijn praktijk vaak het eerst stellen is niet “is mijn partner een narcist?” maar iets subtielers: wat is er eigenlijk gebeurd? Het knaagt. Je twijfelt aan jezelf. Je weet niet meer goed wat je zelf voelt en wat je van de ander hebt overgenomen. Soms is er ook een ingehouden boosheid of irritatie die je niet goed kunt plaatsen. Je weet niet of je recht hebt op dat gevoel. Dus slik je het in.
In die fase helpt het om een paar concrete signalen te kennen. Geen diagnose, maar een oriëntatie. Wat ik in de loop der jaren als rode vlaggen ben gaan herkennen, en die je zelden terugvindt in gangbare beschrijvingen van narcisme:
Het ontbreken van echte spontaniteit en humor. Niet dat iemand geen grappen maakt, maar er is geen lichtheid, geen zelfrelativering, geen moment waarop controle even losgelaten wordt. Grappen houden iets op afstand in plaats van iets dichterbij te brengen.
Egocentrisme dat zich niet alleen uit in dominantie maar ook in een subtiele onbeschikbaarheid. Het gesprek gaat uiteindelijk altijd over hem of haar.
Alles buiten zichzelf leggen als er iets misgaat. Het onvermogen om oprecht aan zichzelf te twijfelen, om doorvoeld sorry te zeggen.
Buitenproportionele woede-uitbarstingen die vaak buiten het zicht van anderen plaatsvinden, gevolgd door ontkenning of minimalisering.
Overdreven idealisering aan het begin. Je wordt op een voetstuk geplaatst. Alles voelt bijzonder, uitverkoren, soms als thuiskomen. Wat je later begrijpt: die idealisering is geen liefde maar een projectie. En wat op een voetstuk wordt geplaatst, kan er ook weer af worden gehaald.
Dieper kijken: vijf sleutels om narcisme te ontmantelen
Narcisme herkennen vraagt meer dan een lijst met kenmerken. Het vraagt een andere manier van kijken. Vijf inzichten die het verschil maken:
Iemand niet echt voelen. Wat in bijna geen enkele populaire beschrijving staat, maar wat ik een van de vroegste signalen vind: iemand niet echt voelen. Er wordt tegen je gesproken, niet met je. Het contact is er wel, maar er zit geen warmte in die landt. Achteraf zeggen mensen vaak: ik voelde me altijd een beetje alleen in zijn aanwezigheid. Zonder te begrijpen waarom.
Contact met je eigen voelen als voorwaarde. Om dat te kunnen voelen, moet je zelf in contact zijn met je eigen voelen. En precies daar gaat het vaak fout bij mensen die in narcistische dynamieken terechtkomen. Ze hebben geleerd hun eigen signalen weg te redeneren of in te slikken. Waardoor het vroegste signaal onopgemerkt blijft.
Cognitieve empathie als masker. Verwant daaraan is de cognitieve empathie als masker. Een narcist kan heel empathisch overkomen en weet accuraat aan te voelen wat er bij jou speelt. Maar hij doet dat vanuit het hoofd, om jouw gedrag te kunnen voorspellen en zijn eigen positie te bewaken. Niet om echt contact te maken. Wat dat nog ingewikkelder maakt: ze kunnen kwetsbaarheid spelen. Ze weten precies wanneer een traan of een moment van zelfreflectie de ander ontwapent. Je moet het van dichtbij hebben meegemaakt en doorgewerkt om het verschil te herkennen. Zelfs ervaren therapeuten en coaches missen het regelmatig.
De familiegeschiedenis als sleutel. Wil je echt begrijpen wat er speelt, dan is de familiegeschiedenis onmisbaar. Hoe iemand praat over zijn vader of moeder legt vaak meer bloot dan alles wat er daarna gezegd wordt. Die vroege patronen zitten in de manier waarop iemand reageert op krenking, op nabijheid, op kwetsbaarheid. En ze worden doorgegeven, van generatie op generatie, totdat iemand ze bewust begint te zien.
Je eigen rol in de dynamiek. Wat ik ook herken, en hier wordt het persoonlijk: een aantal van deze patronen ken ik ook uit mezelf, zeker in het verleden. Bovenpositie, het ontbreken van echte spontaniteit, moeite met verdiepende relaties. Ze liggen altijd op de loer als ik niet wakker ben. Want zodra je ziet hoe je eigen narcistische trekken werken, wordt ook zichtbaar waarom je bepaalde dynamieken aantrekt. Wat vertrouwd aanvoelt, ook al doet het pijn, trekt aan.
Dat is ook waarom de vraag “welke rol speel ik zelf in deze dynamiek?” zoveel meer oplevert dan het begrijpen van de narcist alleen. Niet als schuldvraag. Maar als opening.
Hoe narcisme zich toont: vijf gedaanten
Narcisme verschijnt niet altijd als wat je verwacht. De vijf gedaanten die ik hieronder beschrijf zien er aan de buitenkant totaal verschillend uit. Maar onder de oppervlakte beschermen ze allemaal tegen dezelfde ervaring: de pijn van onvoldoende gezien zijn.
Het beeld is niet zwart-wit, mengvormen komen vaak voor. En iedereen vertoont wel eens een of meer van deze trekken. Het wordt pas problematisch als het, zoals eerder aangegeven, structureel is, als het patroon altijd opgaat. De gedaante is de verpakking. Het mechanisme is overal hetzelfde.
Het diagnostische handboek DSM sluit goed aan bij de eerste zichtbare vorm, maar mist daarmee een groot deel van het spectrum.
De schaamteloze narcist probeert die pijn te overstijgen door groot te worden. Ruimte nemen, aandacht trekken, erkenning claimen. De meest zichtbare variant, maar wat je minder ziet, is hoe snel bewondering kan omslaan in woede.
In een sessie vertelt een cliënt over een gesprek waarin hij voorzichtig aangaf dat iets hem raakte. Hij koos zijn woorden zorgvuldig. Niet beschuldigend. Gewoon benoemen.
Nog voordat hij zijn zin kon afmaken, reageerde de ander: “Dus nu ligt het weer aan mij?”
De toon veranderde meteen. Niet inhoudelijk, maar relationeel. De cliënt voelde het direct: hij trok zich iets terug, nuanceerde, legde uit dat hij het niet zo bedoelde.
Ik vraag hem wat er op dat moment in hem gebeurde.
Hij denkt even na. “Ik wilde het niet groter maken dan het al was.”
Dat was het kantelpunt. De ander had niets meer hoeven te onderzoeken. De ruimte was teruggenomen. En de cliënt had daar onbewust aan meegewerkt: hij kalmeerde op het moment dat hij had mogen blijven staan.
De betweter doet iets vergelijkbaars via kennis en analyse. Onzekerheid wordt opgelost met uitleg, overzicht, het altijd-al-weten.
In een sessie met een ondernemer liepen we een gesprek terug dat hij met een medewerker had gehad.
Een medewerker begon: “Ik merk dat ik vastloop in…”
Nog voordat de zin af was, zei hij: “Ja, dat komt omdat je daar te weinig structuur in hebt. Wat je moet doen is…”
We pauzeerden. Ik vroeg: “Wat zei hij eigenlijk?”
Stilte.
“Dat weet ik eigenlijk niet meer.”
Ik vroeg hem wat er bij hem gebeurde op het moment dat de medewerker begon te spreken.
“Ik zag het probleem meteen. Ik wilde helpen.”
“En als je niet meteen had geholpen?”
Hij keek me aan. “Dan had ik moeten wachten. Niet weten. Dat vind ik moeilijk.”
Daar zat het. Niet onwil, maar onvermogen om even niet te weten. De analyse was razendsnel en oprecht bedoeld. Maar ze voorkwam contact. De medewerker had iets willen zeggen. Hij had het nooit kunnen afmaken.
De redder beschermt zichzelf door onmisbaar te worden.
Een leidinggevende die ik begeleidde sprong altijd in wanneer het team vastliep. In een teamoverleg gebeurde het weer: twee collega’s hadden een meningsverschil, het werd net ongemakkelijk. Hij leunde naar voren en zei: “Laat mij dat even oppakken.”
De spanning zakte. Het team was opgelucht.
Later in de sessie vroeg ik hem wat er bij hem gebeurde op het moment dat de twee collega’s begonnen te botsen.
“Ik voelde dat het fout ging lopen.”
“En toen?”
“Toen wilde ik het oplossen.”
“Wat zou er zijn gebeurd als je dat niet had gedaan?”
Hij aarzelde. “Dan was het misschien geëscaleerd.”
“En als dat was gebeurd?”
Langere stilte. “Dan hadden ze het zelf moeten oplossen.”
Dat was het kantelpunt. Zolang hij insprong, hoefde niemand het zelf aan te gaan. En hij hoefde zijn eigen onzekerheid niet te voelen. Later zei hij: “Ik zorg eigenlijk voor iedereen hier. Maar ik kan me niet herinneren wanneer iemand voor het laatst vroeg hoe het met mij gaat.” De zorg was echt. Maar ze beschermde hem ook tegen de vraag die hij zichzelf niet stelde. Voor het team had dat ook een prijs: wie altijd gered wordt, leert zichzelf niet redden.
De slachtofferaar gebruikt kwetsbaarheid als drukmiddel, vaak zonder dat zelf te beseffen.
In een sessie probeerde een cliënt voorzichtig een grens te stellen tegenover iemand met wie ze een jarenlange vriendschap had.
“Ik merk dat dit voor mij niet meer werkt.”
De reactie kwam rustig, bijna zacht: “Na alles wat ik voor jou gedaan heb… had ik dit niet verwacht.”
De cliënt vertelde hoe het daarna ging. Ze legde uit wat ze bedoelde. Ze nuanceerde. Ze vroeg of het goed ging met haar vriendin.
Ik vroeg haar: “Waar was jouw grens gebleven?”
Ze dacht even na. “Die was weg. Nog voordat ik haar echt had kunnen neerzetten.”
Ik vroeg wat er bij haar was gebeurd op het moment dat ze antwoordde.
“Ik voelde me schuldig. Alsof ik haar iets had aangedaan.”
“Had je dat?”
Stilte. “Nee. Ik had alleen een grens gesteld.”
Daar zat het mechanisme. De kwetsbaarheid was echt, deels. Maar in de dynamiek werkte ze als afleidingsmanoeuvre: weg van wat er nu speelt, naar wat er allemaal is opgeofferd.
De wegcijferaar kiest de tegenovergestelde strategie: verdwijnen. Niet opvallen. Geen conflict veroorzaken. De buitenkant is zacht, afgestemd, beschikbaar.
In een sessie vroeg ik een cliënte wat ze had willen zeggen op een moment dat ze zweeg.
Ze is even stil. “Dat weet ik eigenlijk niet meer.”
Ik vroeg of het er was geweest, dat wat ze had willen zeggen.
“Ja. Maar het voelde meteen al te veel.”
“Te veel voor wie?”
Ze keek me aan. “Voor hem, denk ik.”
Dat is de microbeweging die bij de wegcijferaar zo moeilijk te zien is. Er was iets. Het werd ingehouden nog voordat het vorm had gekregen, niet omdat de ander het verbood maar omdat zij het zelf al had afgewogen op zijn reactie. Wie nooit zichtbaar wordt, kan ook nooit echt afgewezen worden.
Alice Miller beschreef dit in Het drama van het begaafde kind: iemand die zo gewend is geraakt aan het afstemmen op de ander dat het contact met de eigen binnenwereld vervaagt. Bij de wegcijferaar gaan burn-outverschijnselen dan ook vaak schuil achter een sociaal gewaardeerde rol. Juist omdat die rol de onderliggende kwetsuur zo goed verbergt.
Eén mechanisme, vijf gezichten
Wat deze vijf gedaanten gemeen hebben: het gesprek verschuift van een gedeelde realiteit naar jouw interpretatie. Dit wordt ook wel het gaslighting-effect genoemd, al is wat hier speelt vaak subtieler dan de klassieke definitie: de ander gaat aan zichzelf twijfelen, niet omdat de realiteit openlijk wordt ontkend, maar omdat het gesprek steeds een paar graden wordt verschoven totdat je de beginpositie niet meer kunt terugvinden.
Een cliënt beschreef het begin van een relatie. Wat haar aantrok, was het zelfvertrouwen van haar partner. “Het gaf rust,” zei ze. Pas later merkte ze iets anders: wanneer zij een andere mening had, draaide het gesprek langzaam. Hij was beter geïnformeerd en zag het grotere plaatje. Na verloop van tijd begon ze steeds minder haar eigen intuïtie te volgen. Niet omdat hij het verbood. Maar omdat hij het gesprek altijd wist te winnen.
Wat dat op de lange termijn met iemand doet: het begint met twijfel aan een waarneming, daarna aan je oordeel in het algemeen. Uiteindelijk weet je niet meer goed wat je zelf voelt en wat je van de ander hebt overgenomen. De vermoeidheid die mijn cliënte voelde na dat gesprek aan de keukentafel was daar een vroeg signaal van.
De een corrigeert de werkelijkheid. De ander corrigeert zichzelf. En zo ontstaat een asymmetrie die lang onzichtbaar blijft.
Het kantelpunt
Aan het einde van de sessie vraag ik mijn cliënte terug naar het moment waarop het gesprek kantelde. Niet om te analyseren wat haar partner deed, maar om te voelen wat er in haarzelf gebeurde.
Ze is even stil.
“Eigenlijk voelde ik het al toen hij begon uit te leggen waarom het mijn interpretatie was.”
Ik vraag wat ze toen deed.
Ze lacht een beetje.
“Ik ging uitleggen.”
“En als je dat niet had gedaan?”
Ze denkt na. “Dan was het waarschijnlijk groter geworden.”
“En was dat erg geweest?”
Langere stilte. “Misschien niet. Maar het voelde zo.”
Dat gevoel, dat iets groter wordt als je niet meegeeft, is precies wat narcistische dynamieken zo effectief maakt. Niet dwang, maar de verwachting van ongemak als je jezelf blijft.
Mijn cliënte verliet zichzelf om het gesprek te redden. Dat is geen zwakte. Het is een strategie die ze vroeger geleerd heeft om heel te blijven.
Wat er dan nodig is
Het hoofd houdt je in dit soort dynamieken voor de gek. Niet omdat het liegt, maar omdat het per definitie buiten het nu opereert: het analyseert, anticipeert, verklaart. Wat er nu in je lichaam gebeurt, wat er nu tussen twee mensen speelt, daar komt het hoofd niet bij. Vandaar dat ik in sessies steeds opnieuw terugkeer naar het lichaam. Waar voel je dit? Wat gebeurt er in je als je de scène even herbeleeft? Soms een spanning in de borst, soms een bekende vermoeidheid, soms iets wat op schaamte lijkt maar dieper zit. Dat is het aanknopingspunt. Niet het verhaal.
Want in narcistische dynamieken is het onderscheid tussen dader en slachtoffer zelden zo helder als het voelt. De pijn van degene die structureel niet wordt gehoord is reëel. Dat staat niet ter discussie. Iemand kan langdurig over grenzen gegaan zijn en tegelijk nooit geleerd hebben die grenzen zelf te voelen en te benoemen. Zolang de focus alleen op de ander blijft, verdwijnt ook de eigen bewegingsruimte uit beeld. Dat benoemen is geen verwijt. Het is het teruggeven van iets wat verloren leek: het gevoel dat je zelf iets kunt doen.
De volgende keer dat het vertrouwde gevoel er is, even stoppen. Voelen wat er in je lichaam gebeurt voordat je je aanpast of verdedigt. Terugkeren naar de berg in jezelf, dat stille middelpunt van waaruit je kunt waarnemen zonder meegesleurd te worden en jezelf kwijt te raken. Narcisme gedijt slecht in die stilte.
Vanuit die plek kun je iets doen wat de dynamiek werkelijk kan doorbreken: vanuit jezelf iets zichtbaar maken voor de ander. Niet als aanval of oordeel, maar als spiegel: dit is wat jouw gedrag met mij doet. Dat is iets anders dan uitleggen, aanpassen of analyseren wat er bij de ander speelt. Het is aanwezig zijn bij wat er nu werkelijk gebeurt, in jezelf én in de ander.
Vanuit die plek kun je iets doen wat de dynamiek werkelijk kan doorbreken: vanuit jezelf iets zichtbaar maken voor de ander. Niet als aanval of oordeel, maar als spiegel: dit is wat jouw gedrag met mij doet. Dat is iets anders dan uitleggen, aanpassen of analyseren wat er bij de ander speelt. Het is aanwezig zijn bij wat er nu werkelijk gebeurt, in jezelf én in de ander.
Voor iemand met sterke narcistische trekken is dat vaak de meest werkzame spiegel die werkelijk iets kan laten binnenkomen. Zolang de ander vanuit pijn of defensie spreekt, kan het ego het pareren. Maar een spiegel die rustig en aanwezig wordt gehouden is moeilijker te negeren. Tegelijk: bij een sterke narcistische defensie zonder zelfreflectie kan spiegelen een heftige reactie uitlokken. De narcistische krenking is pijnlijk, en de reflex is een agressieve, felle reactie. Niet naar zichzelf, maar naar de ander. Dan lijkt spiegelen ineffectief en kan het zelfs onveilig zijn. Maar soms komt het later toch binnen, als de eerste reactie is gezakt.
Waar het kantelt
De diepste motivatie is niet inzicht. Het is geraaktheid: het moment waarop je werkelijk voelt wat jouw gedrag met de ander doet. Niet in plaats van inzicht. Maar als wat inzicht in beweging zet.
Het gesprek aan de keukentafel begint daar. Niet met de juiste woorden. Maar met de vraag of je in staat bent te voelen wat er werkelijk gebeurt, en dat te zeggen vanuit wie jij bent, niet vanuit wat de ander jou gemaakt heeft. Elke keer dat je terugkomt op een moment dat kantelde, vanuit openheid in plaats van verdediging, oefen je iets wat zeldzamer is dan het lijkt.
En toch blijven mensen terugkeren naar dezelfde dynamieken. Wat vertrouwd aanvoelt, ook al doet het pijn, trekt aan. Dat raakt de kern van waarom narcisme zo aantrekkelijk is: niet omdat het goed voelt, maar omdat het vertrouwd voelt.
Zonder spiegelen, tegengas en echte begrenzing is de uitkomst altijd hetzelfde. De wolf in schaapskleren richt zijn schade aan. In een spreekkamer, in een vergaderkamer, op het wereldtoneel. Trump en Epstein zijn geen uitzonderingen. Ze zijn de spiegel.
Dezelfde beweging op grotere schaal
In organisaties waar ik heb gewerkt, maakten narcistische patronen langzaam veel kapot. Niet door één dramatische beslissing, maar sluipend: steeds meer angst, niemand die nog tegengeluid durft te geven, de gezonde frictie die kwaliteit vraagt verdwijnt. Hetzelfde mechanisme, maar nu op organisatieniveau.
Op geopolitiek niveau hetzelfde. Wanneer macht samenvalt met een narcistische structuur, wordt realiteit zelf een bedreiging. Feiten worden verdraaid zodra ze de macht ondermijnen. Historici en analisten beschrijven de symptomen vaak precies, maar missen het psychologische mechanisme eronder. Zoals ik eerder schreef in mijn blog Wat een gezin, een organisatie en een oorlog met elkaar gemeen hebben: de schaal verschilt. Het mechanisme niet.
De schade wordt vaak pas zichtbaar als ze al is aangericht. Narcistische dynamieken ondermijnen gelijkwaardigheid en tegenspraak stelselmatig. Wie dat niet herkent, onderschat wat er op het spel staat. En wie eenmaal de macht heeft, geeft die alleen tegen hoge prijs op. Soms pas als het te laat is.
Toch laat de geschiedenis ook het tegendeel zien. Op 12 april 2026 verloor Viktor Orbán na zestien jaar de Hongaarse verkiezingen van oppositieleider Péter Magyar. Een regime dat instituties, media en rechtsstaat stelselmatig had uitgehold, verslagen via democratische verkiezingen. Niet omdat Orbán veranderde, maar vooral omdat genoeg mensen weigerden de werkelijkheid nog langer te vervormen. Die opening bestaat zolang democratische verkiezingen bestaan en de realiteit uiteindelijk niet gelogenstraft wordt.
Want hoe later je het ziet, hoe groter de verstrengeling. Narcistische dynamieken zijn ook daarom zo effectief: ze maken je langzaam afhankelijk, isoleren je van tegengeluid en vervormen je beeld van de werkelijkheid totdat je niet meer weet waar je eigen waarneming eindigt en die van de ander begint. Hongarije heeft daar zestien jaar voor betaald. In een relatie kan het net zo lang duren. Ontsnappen is zelden eenvoudig, want ook dat maakt deel uit van de strategie.
Als spiegelen en begrenzen niet werken, blijven er uiteindelijk maar twee wegen over: je schikken in de werkelijkheid van de narcist of bereid zijn je los te maken en de consequenties daarvan te dragen. Dat is geen gemakkelijke keuze. Maar het is de enige weg terug naar jezelf.
Toch is kanteling mogelijk. Niet voor iedereen en niet altijd. Maar voor wie het wil zien: het begint klein. Aan een keukentafel. In echt contact. Daar kantelt het.
ps. reageren kan ook op Linkedin








Dankjewel hiervoor. Wat je beschrijft herken ik, maar van binnen (in deze dynamiek), voelt het anders dan hoe het van buiten wordt geduid. Het begint zelden met herkennen; het begint met twijfel. Het moment waarop je helaas niet denkt dat er iets niet klopt, maar je je afvraagt of het aan jou ligt.
Van daaruit verschuift er iets. Je gaat uitleggen, nuanceren en verzachten om spanningen te voorkomen. En precies daar begint de dynamiek waarin je langzaam jezelf kwijtraakt, zonder dat er één duidelijk moment is waarop je kunt zeggen: hier ging het mis.
Ik schrijf daarover, van binnenuit. Over hoe dit begint, hoe het zich ontwikkelt en waar het uiteindelijk kan eindigen als je erin mee beweegt.
Wat een goed artikel. Ik heb dit ook allemaal meegemaakt met verschillende mensen en dat sluipende onderliggende psychologische spel, wordt inderdaad vrijwel nooit uitgelegd. Bij mij duurde het 6 jaar voor ik het begon te begrijpen wat mij gebeurde, pas toen ik eruit was werd dit patroon helder. Nu herken ik het vanaf het eerste moment, vooral in mijn gevoel en ook dat dit soort mensen altijd opeens de volle aandacht in je leven opeisen. Het is alles of niets, nooit een normaal uitgebalanceerd contact, je wordt direct hun wereld in gezogen. En hoe langer je gemanipuleerd wordt, hoe dieper je in de shit komt. Je geeft steeds een stukje weg van jezelf tot je jezelf niet meer herkend. En als je loskomt is het een herstel wat jaren duurt. Ze kruipen onder je huid.