Wat je verlangt en wat je tegenhoudt
Als inzicht geen ervaring wordt — deel 2 van 3
Ze wist precies wie ze wilde zijn.
Een koningin. Iemand die haar eigen plek inneemt, die niet meer wordt meegetrokken door wat anderen van haar vinden. Die er helemaal is, zonder zich klein te maken. Ze zit er rechtop bij terwijl ze het beschrijft, maar haar stem heeft iets kwetsbaars.
En ze voegde er meteen iets aan toe: “Ik ben de angst om erin te stappen kwijt. Maar ik weet nog niet hoe.”
Daar begint het werk. Niet bij het verlangen, dat lag al klaar. Maar bij wat ertussen zit. Een verlangen dat je niet kunt leven wijst altijd naar iets dat in de weg staat. En dat iets vind je zelden met je hoofd.
Eerst landen
Het is onze eerste sessie. We zitten niet in dezelfde ruimte. Zij is thuis in Nederland, ik ben in Noorwegen. Wat er die ochtend gebeurt, gebeurt via een scherm.
We beginnen met een korte meditatie. Niet om te ontspannen, maar om te landen. Om uit haar hoofd te zakken, dat de hele ochtend al actief was, en contact te maken met wat er nu werkelijk speelt.
Ik nodig haar uit om zich een berg voor te stellen. Stevig, geworteld, niet van zijn plek te krijgen. Gevoelens komen en gaan, gedachten komen en gaan, soms onttrekken ze de berg even aan het zicht. Maar de berg blijft. Dat is haar kern.
Vanuit die berg stel ik de vraag: wat is het verlangen, voor nu? Er valt een stilte. Ik wacht. Dit is niet het moment om te sturen.
De koningin verschijnt en de ontroering komt mee. Ze vertelt dat ze vlak daarvoor, in de meditatie, in de bosgrond wegzakte. Een gevoel van eenheid. Dat raakt haar.
Daarom begin ik vaak met de berg. Niet als techniek, maar omdat het een plek is. Een plek van waaruit je kunt kijken zonder meteen meegesleurd te worden. Van daaruit komt een verlangen niet uit het hoofd, maar van dieper.
Het kleine dingetje
Ik vraag wat haar het meest tegenhoudt om te zijn wie ze werkelijk wil zijn. Eerst komt er van alles. Grote dingen. Een relatie, een dochter, jaren aan geschiedenis.
Dan, bijna terloops: een klein, actueel dingetje. Iets praktisch. Een keuze die ze spontaan maakte, vanuit ruimhartigheid, waar nu ineens schuld omheen hangt. Allerlei stemmen die er iets van vinden. Verwarring. Het gevoel: mag ik dit eigenlijk wel?
Juist dat kleine, concrete, actuele moment is bruikbaar. Niet het grote verhaal, daar kan het hoofd eindeloos in ronddraaien. Maar iets wat nu speelt, wat nu een lichamelijke reactie geeft.
Ik vraag wat ze opmerkt in haar lijf.
“Onrust.”
Waar precies? Wat zijn de lichamelijke sensaties?
Ik nodig haar uit om de tijd te nemen. “Een trilling rond mijn middenrif. Hier is iets aan het vibreren.” En even later: “Ik voel dat het mijn keel pakt.” Ik merk dat ze naar binnen gekeerd is, haar stem zachter wordt. Ik blijf erbij zonder woorden.
Naar binnen
Hier maak ik een beweging die ik niet altijd maak, maar die nu kan, omdat ze er klaar voor is.
Ik vraag haar bij de sensaties te blijven. Niet weg, ook al is het niet aangenaam. Bij de trilling, bij de keel. En dan, met de uitnodiging het antwoord niet uit haar hoofd te laten komen maar uit het voelen: welke emotie hoort hierbij?
“Angst.” Ze zegt het zacht, bijna verrast. Alsof ze het zelf nog niet wist.
Even later, terwijl ze de keel voelt dichtknijpen: “Paniek.” Haar ademhaling verandert. Ik blijf dicht bij wat er is, zonder het te benoemen of te verklaren.
Ik stel de vraag die naar binnen kantelt. Niet: waar komt dit vandaan? Dat is een vraag voor het hoofd. Maar: ken je dit gevoel? Roept het iets op?
Ze kent het. Direct.
Wat opkomt, is geen gedachte. Het is een beeld, een lichamelijke waarheid die zich vormt voordat het denken erbij kan.
“Ik moet weg. Ik moet verdwijnen. Niet als vluchten, maar als niet meer zijn. Niet meer bestaan.”
Hoe oud ben je, vraag ik.
“Drie.” Ze huilt. Ik zeg niets en voel met haar mee zonder iets te doen.
Bij het kind blijven
Ik vraag haar zich voor te stellen dat ze als volwassene de ruimte binnengaat waar dat driejarige meisje zit. Klein, ineengedoken, in een hoekje. Wat zou je haar kunnen geven?
De weerstand komt meteen. Ik voel aan dat we goed zitten en blijf erbij. De spanning houden zonder veel woorden is de ingang om dieper te komen.
“Ik zit nog in het kind. En van daaruit wil ik niet dat er iemand naar me toekomt.”
Dat is een belangrijk moment, geen obstakel. Het kind dat niemand toelaat heeft daar een reden voor. Ik nodig haar ondanks de weerstand uit haar armen om zichzelf heen te slaan. Met haar armen gekruist, als een knuffel van zichzelf.
Wat loskomt, gaat hard. Ze barst open.
“Een enorm gevoel van afwijzing. Ik mag niet bestaan. Dus als je bij me in de buurt komt, dan merk je hoe slecht ik ben.”
Daar zit het. Niet als gedachte, als overtuiging diep in het lichaam: blijf weg, want dichtbij betekent dat je ziet wat er mis is met mij. Het kind heeft geleerd dat onzichtbaar worden veiliger is dan gezien worden.
We blijven daar. Ik doe zichtbaar weinig. Mijn belichaamde aanwezigheid is hier het werk. Geen analyse, geen duiding, geen volgende stap. Alleen dit. Aanwezig zijn bij dat meisje dat het zo moeilijk vindt om iemand toe te laten. Het mag er zijn, met alles, ook met de weerstand.
Langzaam verschuift er iets. De aanraking, het gehouden worden, laat de spanning zakken. Ze voelt dat het kind even mag zijn.
Waarom dit werkt
Een hert dat ontsnapt aan een roofdier schudt zich, zodra het gevaar geweken is, letterlijk uit. Van kop tot staart. Daarna gaat het verder alsof er niets is gebeurd. De spanning ontlaadt, het systeem komt terug in rust.
Wij mensen doen dat niet. Als iets te groot is om te dragen, dan slaat de energie naar binnen. Ze zet zich vast in het lichaam en blijft daar, soms een leven lang, als oude spanning die op de verkeerde momenten weer opspeelt. Niet omdat je niet wilt loslaten, maar omdat de beweging nooit is afgerond.
In mijn werk zie ik het steeds: verlangen en wond wijzen naar dezelfde plek. Heling maakt precies die beweging alsnog af. Niet door te begrijpen wat er gebeurde, maar door er nu bij te blijven. Neurologisch legt het nieuwe paden aan waardoor oude patronen naar de achtergrond verdwijnen. Wat dat mogelijk maakt, is niet de techniek, maar de veiligheid die je als begeleider biedt.
Ik vraag hoe het met het meisje gaat.
“Ze is bloemen aan het plukken.”
Terug naar het nu
Pas nu heeft het zin om naar het actuele te kijken. Naar dat kleine dingetje van het begin, de schuld, de verwarring. Zolang de oude angst niet is tegemoetgetreden, kleurt ze alles wat je in het nu meent te zien. Je denkt dat je over vandaag nadenkt, maar je reageert op het verleden.
Het hoofd kan daar eindeloos in ronddraaien. Twijfel, schuld, scenario’s en je komt er niet uit, want de oplossing ligt niet op de plek waar je zoekt. Eerst moet het oude gezien worden. Dan pas wordt de blik op het nu helder.
En dan blijkt het kleine dingetje vaak helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Het was alleen verstrengeld geraakt met iets van lang geleden.
Het verlangen en de wond
Aan het begin staat de koningin. Het verlangen om te verschijnen, haar plek in te nemen, niet meer te verdwijnen in andermans oordelen.
In het kind zit het tegenovergestelde: ik moet verdwijnen, ik mag niet bestaan, laat het niet zien, laat het niet horen.
Dat zijn geen twee dingen. Het is hetzelfde, van twee kanten bekeken. Het verlangen om te verschijnen en de oude opdracht om te verdwijnen: ze wijzen naar dezelfde plek. Je kunt het ene niet leven zonder het andere aan te raken.
Daarom helpt het verlangen alleen niet. Je kunt de koningin nog zo helder voor je zien en er toch niet in stappen. Niet omdat je niet wilt, maar omdat er een driejarige meekijkt die elke keer dat je verschijnt voelt dat ze daarmee haar leven riskeert.
Het werk ligt niet in het verlangen. Het ligt in teruggaan naar het kind dat leerde dat het verschijnen gevaarlijk is, en haar laten merken dat het nu anders is.
Dan hoeft ze niet meer te verdwijnen.
En dan kan de koningin er zijn.
Dit is deel 2 van een serie van drie. Deel 1 ging over het onderscheid tussen hoofd en voelen. Volgende keer: wat er mogelijk wordt voorbij de woorden en cognitie, met Brainspotting als ingang naar wat zich voor taal afspeelt. De inhoud is geanonimiseerd en met toestemming verwerkt.





wederom zo herkenbaar ♡